Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
157.
iedere halve bol meer dan 314 kilogram bedragen. Is dus de lucht
van binnen nagenoeg uitgepompt, dan is er eene kracht van meer
dan 300 kilogram noodig, om de bollen van elkander te trekken.
Neemt men een glas zonder bodem, waarover men eene blaas
gespannen heeft, zooals in fig. 88, en pompt men de lucht daar-
onder weg, dan zal de blaas door de drukking der buitenlucht geheel
hol gaan staan, en ten laatste, als de lucht sterk verdund is,
barsten; het plotselinge indringen van de lucht veroorzaakt een
hevigen slag. Bij deze proef moet men den verklikker sluiten, daar
Fig. 88. door het plotseling stijgen van het kwikzilver
de glazen buis gevaar loopt van te breken.
Legt men onderdeklok van de luchtpomp eene
gesloten blaas, die slechts gedeeltelijk met lucht
gevuld en daardoor rimpelig is, dan zal na weinige
slagen de daarin opgesloten lucht eene veel sterkere
spanning verkrijgen dan de lucht in de klok; de
blaas zet zich daardoor uit. Laat men daarna
de lucht weder in de klok, dan krimpt de blaas
terstond weder in.
Dat alle lichamen in het luchtledige even schielijk vallen, is
reeds vroeger vermeld. Om dit door eene proef aan te toonen
behoeft men slechts eenige voorwerpen, bijv. een muntstukje, een
veertje en dergelijke in eene lange buis te doen, waaruit men de
lucht zooveel mogelijk uitpompt; keert men de buis om, dan komen
alle tegelijk op den bodem aan. Brengt men in eene klok, welke
luchtledig is, rook binnen, dan zal deze op den bodem blijven
rusten; dat hij in de lucht naar boven trekt, komt alleen daarvan,
dat hij lichter is dan deze.
Plaatst men een glas water met een stuk krijt, marmer, brood-
suiker of iets dergelijks onder de klok, dan ziet men bij de
verdunning der lucht overal uit het vaste lichaam lucht oprijzen,
welke in de kleine tusschenruimten of poriën bevat was en, nu
de lucht daar buiten eene geringere spanning verkrijgt, naar buiten
komt. Ook aan de wanden van het glas komen vele luchtbellen
te voorschijn, waaruit blijkt, dat zich ook tusschen deze en de
vloeistof lucht bevindt.
Brengt men een dier onder de klok van de luchtpomp, dan zal
het weldra sten-en, indien de lucht uitgepompt wordt; lucht is dus