Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
155.
brengt met eene klok of eene ruimte, waarin men de lucht verdunnen
wil, en daarna de kraan D opent, dan zal de lucht uit de klok
zich gedeeltelijk in C verspreiden en dus verdund worden. Daarna
sluit men de kraan D en licht tevens den kwikbak, aan het uiteinde
B verbonden, zoo hoog op, dat hij even hoog als D staat; wordt
nu de kraan D, die twee kanalen heeft, even als CD en OE
in de kraan van Babinet (Fig. 83), in zoodanigen stand gebracht,
dat de ruimte C gemeenschap heeft met de buitenlucht, dan zal
alle in de barometerbuis aanwezige lucht er uit gedreven worden.
Is het kwikzilver dan tot D gestegen, dan sluit men de kraan
geheel, en plaatst den kwikbak weer lager; het kwikzilver daalt
dan weer tot A, en in C ontstaat weer een luchtledig. Op die wijze
voortgaande zal men eene aanzienlijke luchtverdunning kunnen
verkrijgen, door alleen den kwikbak beurtelings hooger en lager
te plaatsen en de kraan in drie verschillende standen te stellen.
Het is dikwijls noodig, dat men bij het gebruik van een luchtpomp
kan nagaan, tot welken graad de lucht verdund is. Men kan dit
doen, wanneer men door eene opening in de plaat, waarop de klok
rust, eene opene glazen buis brengt, welker benedenste opening in
een kwikbakje gedompeld is; naarmate de lucht meer verdund wordt,
zal het kwikzilver hooger in de buis klimmen. Was er een volkomen
luchtledig, dan zou de kwikkolom even hoog zijn als die van een
barometer; het verschil tusschen deze zal dus de spanning der lucht
aanduiden. Bij de meeste luchtpompen bevindt zich echter een
toestel, die op eene eenvoudiger wijze die spanning aanwijst. Aan
de buis, welke van de cilinders naar de klok voert (Fig. 81), is
eene zijdelingsche buis aangebracht, welke door eene kraan in
gemeenschap kan gebracht worden met een glazen klokje, waarin
zich eene omgebogen glazen buis ABC met twee even groote armen
bevindt, waarvan de eene gesloten, de andere open is. Hunne lengte
bedraagt gewoonlijk ongeveer 2 decimeter. In die glazen buis
bevindt zich kwikzilver, dat, daar de gesloten arm luchtledig is,
deze geheel zal vullen. Vermindert nu de spanning in de klok en
dus ook in het klokje A, dat daarmede gemeenschap heeft, dan
vermindert de drukking op het kwikzilver in den open arm; zoodra
deze geringer wordt dan die, welke wordt aangewezen door de
kwikkolom in den gesloten arm, begint het kwikzilver daarin te
dalen en een luchtledig te vormen, en dus in den open arm te