Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
151.
beschrevene, dat de gemeenschap van de cilinders met de buitenlucht
hier plaats heeft door eene opening in den zuiger, en niet door eene
opening in den bodem. Stellen wij, dat de zuiger Q zich op den
bodem van den eenen en P zich boven in den anderen cilinder
bevindt. Door het omdraaijen der kruk MN wordt Q opgelicht en
gaat P neer; door de opgaande beweging van Q wordt de staaf
met de stop medegenomen, en dus o geopend; een oogenblik
daarna stoot echter het bovenste uiteinde van de staaf tegen het
deksel van den cilinder, en de staaf blijft in den in de afbeelding
aangewezen stand. Dc klep in den zuiger blijft gesloten, en de
lucht, die zich in de klok bevond, zal zich dus ook in den geheelen
linkschen cilinder verspreiden. De gemeenschap tusschen de klok
en den rechtschen cilinder was afgebroken, want zoodra de zuiger
P naar beneden ging, werd de opening s door de stop gesloten,
en ontweek dus de lucht door de klep in dien zuiger, welke werd
opgelicht. Wordt de kruk MN in tegengestelde richting omge-
draaid, dan zal volkomen dezelfde werking zich herhalen, alleen
met dat onderscheid, dat nu de rechtsche cilinder gebruikt wordt
om de lucht in de klok te verdunnen. Met een dubbele luchtpomp,
zooals de hier beschrevene, zal dus de verdunning schielijker
gaan, daar met den opgaanden slag de lucht uit den eenen cilinder
gepompt wordt en met den neergaanden slag uit den anderen.
Bovendien is de beweging aan de kruk gemakkelijker, daar men
hier minder tegenstand heeft te overwinnen dan bij een enkele
luchtpomp; want als men den zuiger Q moet oplichten tegen de
drukking der lucht in, dan helpt tevens de drukking van de lucht
op den zuiger P, waaronder zich slechts verdunde lucht bevindt,
en evenzoo omgekeerd.
De luchtverdunning zou, indien het werktuig volmaakt was, geen
grens hebben, daar men door aanhoudend pompen de spanning,
uitgedrukt door de formule ^y ^ ^^ ï^» steeds kleiner kon doen
worden. Dit wordt echter verhinderd door dat de aansluiting van
den zuiger tegen den bodem van den cilinder niet volkomen zal
zijn; en zelfs al ware dit het geval, dan zou er toch nog eene
kleine ruimte overblijven, waarin zich minder verdunde lucht be-
vindt en die men daarom schadelijke ruimte noemt. Bij dein
fig. 79 afgebeelde luchtpomp blijft er namelijk in de openingen