Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
348.
Fig. 80 stelt eene doorsnede voor van den bodem van den cilinder
in de richting van de kraan. PQ is de eigenlijke bodem, waarin
zich twee openingen m en n bevinden; onder aan den bodem is
eene even groote plaat aangeschroefd, waaraan zich liet gedeelte D
bevindt, waarin de buis C uitkomt; in deze plaat zijn twee
openingen Tc en welke zich juist onder m en n bevinden. In de
kegelvormige uitholling tusschen PQ en RS wordt de kraan L
gestoken, welke op twee plaatsen, in r en s, doorboord is. Deze
openingen zijn zoodanig aangebracht dat, als de kraan ingestoken
is, T zich tusschen m en k bevindt, en s tusschen n en l. Zij liggen
echter niet in hetzelfde vlak, zoodat er slechts in één stand van
de kraan door middel van r gemeenschap is tusschen m en
dat is, tusschen den cilinder en de buitenlucht, terwijl dan tevens
de gemeenschap tusschen n en / is afgesloten; wordt de kraan L
een weinig omgedraaid, dan zal daarentegen de opening .s juist
tusschen n en Z komen; alsdan is er gemeenschap tusschen den
cilinder en de klok, terwijl de gemeenschap tusschen den cilinder
en de buitenlucht is afgesloten. Door pennetjes, welke zich op G
bevinden, ontvangt de as K eene geringe omdraaijing, die door
middel van de staaf MN" aan de kraan wordt medegedeeld en haar
dus steeds in den vereischten stand brengt. Bij P en Q zijn twee
kranen, waarvan de eene dient om de klok geheel af te sluiten,
de andere om de buitenlucht weder er binnen te laten,
Dc werking van dezen toestel laat zich gemakkelijk verklaren.
Stellen wij, dat de zuiger zich onder in den cilinder bevindt en
dat door de kraan de buitenlucht is afgesloten. Wordt de zuiger nu
opgetrokken, dan zou daaronder in den cilinder een luchtledig
ontstaan; de lucht, die zich in A en C (Fig. 79) bevindt, heeft
echter vrijen toegang en verspreidt zich dus in den geheelen
cilinder; zij zal dus geringere spanning en dichtheid verkrijgen.
Is Y het volume van de klok A en de buis 0, v dat van den
cilinder, en P de oorspronkelijke spanning, dan is de spanning P,,
als de zuiger zich boven in den cilinder bevindt,
Op dit oogenblik wordt de kraan door middel van de staaf MN
omgedraaid, zoodat de gemeenschap tusschen de klok en den