Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
122.
geplaatst, zoodat de vochtdeeltjes niet alleen doorde hydrostatische
drukking in het vat uitstroomen, maar ook door hunne zwaarte
als 'tware langs een hellend vlak afglijden, dan zal men ook hiervan
rekenschap moeten houden.
Het gedeelte der snelheid, dat door wrijving van de vochtdeeltjes
tegen den wand der buis als snelheid is verloren gegaan, kan
evenwel niet zonder uitwerking gebleven zijn. Terwijl bij korte
buizen, welke geene vermindering van snelheid bewerken, de vloeistof
ook geene drukking op de wanden uitoefent, en zelfs bij sommige
het tegenovergestelde, namelijk eene zuiging, plaats heeft, zoo
mag men verwachten, dat bij zeer lange buizen wel eene drukking
op de wanden wordt uitgeoefend. Stellen wij, dat de vermindering
in snelheid een derde bedraagt, zoodat de vloeistof uit het uiteinde
der buis uitstroomt met eene snelheid, die slechts twee derden
bedraagt van die, welke zou worden waargenomen, indien er geen
buis aanwezig was. Daar de snelheid overal in de buis dezelfde moet
2
zijn, zal zij bij het begin van de buis ook slechts v bedragen.
O
Deze snelheid nu wordt veroorzaakt door eene waterkolom, die in
plaats van h slechtsbedraagt. De drukking vanA geeft dus
geen snelheid,
maar wordt
verbruikt om
de wrijving te
overwinnen.
Men kan zich
hiervan proef-
ondervinde-
lijk overtui-
gen, door aan
Fiff. 64.
de buis PQ (Fig. 04) eene verticale glazen buis CD te bevestigen. Het
water zal in deze stijgen en op eene hoogte blijven staan, die gelijk is
5
aan —- AB. Heeft men nog andere buizen EF, GH, IK met de
y
buis PQ verbonden, dan zal men bevinden, dat ook in deze het
water klimt, doch tot geringere hoogte naarmate men CJ nadert,
en dat de punten E, G, I alle gelegen zijn in de rechte lijn, die