Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
117.
Oj62 a Eene nauwkeurige waarneming van den vorm van
den straal, die uit eene cirkelvormige opening vloeit, is voldoende
om de oorzaak van deze vermindering aan te wijzen. Men bevindt
namelijk, dat de straal, wanneer hij uit de opening komt, niet
volkomen cilindrisch is, maar dat de middellijn afneemt tot opeen
afstand, gelijk aan de helft van de middellijn der opening. Fig. 60
Fig. 60. stelt dit verschijnsel voor, waaraan men
den naam geeft van de zamentrekking
of contractie van den straal; cd is volgens
nauwkeurige metingen 0,8 van ah. Van daar
af behoudt de straal over eene grootere
of kleinere uitgebreidheid hare cilindrische
gedaante.
De oorzaak van de zamentrekking van den
straal moet in de beweging van de vochtdeeltjes gezocht worden.
Vooreerst komen zij van alle kanten naar de opening a6; zij moeten
dus daar tegen elkander stooten, waardoor niet alleen de richting
Imnner beweging veranderd, maar ook de snelheid verminderd wordt.
Bovendien zullen de deeltjes, welke langs de kanten der opening
heenstrijken, door de wrijving eenigen weerstand ondervinden,
terwijl die, welke zich in het midden van den straal bevinden,
hunne snelheid behouden. De deeltjes, die op hetzelfde oogenblik
door de opening ah gaan, komen dus niet te gelijker tijd bij cd
aan; verandering van den vorm van den straal moet daarvan het
gevolg zijn. Daar de straal voorbij cd geene zamentrekking meer
ondergaat, kan men de beweging der deeltjes in cd als eene
regelmatige en voor alle even schielijke beschouwen. Is de opening
groot, dan zal de wrijving tegen de kanten zich minder kunnen
doen gevoelen; de zamentrekking moet dus in dat geval geringer
zijn, zooals ook inderdaad door proefnemingen bevestigd is.
Uit de waarneming, dat de middellijn cd slechts 0,8 van die
der opening is, volgt, dat de doorsnede van den straal in het
punt der sterkste zamentrekking 0,64 van de opening bedraagt.
Stroomde dus de vloeistof met eene snelheid v = door eene
opening, even groot als die doorsnede, dan zou de hoeveelheid
0,64 a ï/bedragen, welke slechts weinig verschilt van die,
welke door de opening ah vloeit en waarvoor 0,62 a 2yh ge-
vonden is. Hieruit volgt dus, dat men het kan beschouwen, alsof