Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
115.
waterspiegel in het vat, indien er geen oorzaken aanwezig waren,
welke dit onmogelijk maken. De voornaamste daarvan is de be-
lemmering, welke door de neervallende deeltjes wordt veroorzaakt;
later komen wij nader hierop terug.
Wanneer op de oppervlakte van de vloeistof eene drukking wordt
uitgeoefend, hetzij door de lucht zamen te persen, hetzij door andere
mechanische middelen, dan zal deze zich aan alle vochtdeeltjes
mededeelen en dus op de snelheid van invloed zijn. Om dien
invloed te berekenen moet men nagaan, hoe groot eene kolom
van dezelfde vloeistof zou moeten zijn om zoodanige drukking te
veroorzaken. Wanneer bijv. het water in een vat 0,9 meter boven
de opening staat, zou volgens de formule de uitstroomingssnelheid
4,2 meter zijn; wordt bovendien op de oppervlakte eene drukking
van 0,4 kilogram op eiken vierkanten centimeter uitgeoefend, dan
is dit hetzelfde, als of er eene waterkolom van 4 meter op geplaatst
was. In de formule moet men dus voor h nemen 4,9 meter, zoodat
men dan voor de snelheid 9,8 meter vindt.
67. Proeven tot bewijs van de wet van Torricelli. —
De snelheid der waterdeeltjes, die uit eene opening stroomen, laat
zich moeilijk onmiddellijk bepalen. Gemakkelijker geschiedt zulks
door de hoeveelheid vocht te meten, die in een bepaalden tijd
door eene opening van bekende afmetingen gestroomd is. Het is
daartoe echter noodig, dat de hoogte der vochtkolom boven de
opening gedurende den tijd, dat de proef duurt, dezelfde blijft.
Men moet dus zorg dragen, dat zulks steeds het geval is met het
vat, dat men tot de proefneming gebruikt. Men kan zich daartoe
bedienen van een vat, zoo als in fig. 59 is afgebeeld, van zinkblik
vervaardigd en minstens een meter hoog. Om den waterspiegel
op dezelfde hoogte te houden laat men uit een ander vat bovenin
water stroomen, terwijl het overtollige water door eene bij A aan-
gebrachte buis wegloopt, In B, C, D zijn drie openingen, welke
van binnen gesloten worden door stoppen van caoutchouc, die er
door middel van een steel, die door den tegenovergestelden wand
gaat, sterk tegen aangedrukt kunnen worden. De drie openingen
zijn zoodanig genomen, dat de afstanden van B, C en D tot den
waterspiegel zich verhouden als de getallen 1, 4 en 9, zoodat de
snelheden zich moeten verhouden als 1, 2 tn 3. Men kan er ver-