Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
114.
is gewoon de snelheid, even als bij den val der licliamen, uit te
drukken door den weg, door elk waterdeeltje in ééne seconde
afgelegd. Kent men nu ook de grootte der opening, dan kan men
de hoeveelheid vocht, die in eene seconde uitstroomt, berekenen;
zij wordt, als a de vlakte-inhoud der opening is, uitgedrukt door
het product ao — a\y"igli-, het spreekt van zeli", dat a en ydaarbij
in dezelfde maat moeten worden uitgedrukt.
Wij hebben bij het bovenstaande de bewegelijkheid der vocht-
deeltjes geheel buiten beschouwing gelaten en aangenomen, dat
juist die, welke in het laagje oibdc aanwezig zijn, het eerst naar
buiten komen; later komen wij daarop nader terug.
De hier aangetoonde wet, naar haren ontdekker de wet van
Torricelli (164.3) genoemd, duidt aan, dat de snelheid van uitvloeijing
onafhankelijk is van de dichtheid der vloeistof. Wel is de drukking,
die de deeltjes bij de opening ondervinden, aanzienlijker, als de
vloeistof soortelijk zwaarder is; maar die deeltjes zelve zijn
evenveelmaal zwaarder, en er is dus ook eene grootere kracht
noodig om er dezelfde snelheid aan te geven.
Daar de drukking der vochtdeeltjes altijd loodrecht op den wand
gericht is, zullen zij bij het verlaten van het vat die richting volgen.
Op de snelheid van de beweging, alsmede op de hoeveelheid vocht,
die uit het vat vloeit, zal de richting van den wand echter geen
invloed uitoefenen, daar de drukking in eene zelfde horizontale laag
in alle richtingen dezelfde is. Bevindt zich de opening in den
bodem, dan zal de uitstroomende waterstraal verticaal naar beneden
Fig. 58. gericht zijn; is de opening in den zijwand
gemaakt, dan bevinden de vochtdeeltjes
zich in hetzelfde geval als een lichaam,
dat in eene horizontale of in eene schuine
richting wordt voortgeworpen, doch waarop
tevens de zwaartekracht blijft werken; zij
zullen parabolen beschrijven (42), en de straal
zal dus ook zoodanigen vorm aannemen.
Heeft men aan het vat eene buis bevestigd,
zooals in fig. 58, dan zal de straal uit n
verticaal naar boven springen; de deeltjes
zouden dus ten gevolge van de snelheid, die zij bij opening hebben,
moeten opklimmen tot het [punt m, even hoog gelegen als de