Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
101
medegesleept worden. Ook de verschijnselen bij het zwemmen worden
daardoor verklaard, üc visschen, die geheel onder water zwemmen,
moeten evenveel wegen als de watermassa, waarvan zij de plaats
innemen; daar echter hun lichaani, uit ongelijksoortige deelen
zamengesteld, niet homogeen is, behooren zij steeds in standvastig
evenwicht te zijn. Het stijgen en dalen der visschen in het water
staat waarschijnlijk in verband met de zoogenaamde zwemblaas,
die zich in het bovenste gedeelte bevindt en dus maakt, dat het
zwaartepunt eene lage plaats inneemt. De wijze evenwel, waarop
dit orgaan werkt, is niet genoeg bekend om met zekerheid te
kunnen zeggen, dat zij alleen daardoor hun volume kleiner of grooter
kunnen maken zonder hun gewicht te veranderen. Bij de menschen
bestaat de zwemkunst meer in zekez'e vaardigheid om den mond boven
water te houden. Daar doorgaans het menschelijk lichaam een
weinig lichter is dan water, zoo is het niet zoo moeilijk dit te
doen, vooral als men den adem zooveel mogelijk binnenhoudt en
dus het volume van zijn lichaam grooter maakt, als wel om te
zorgen, dat het hoofd boven water blijft, daar dit door zijne
grootere zwaarte juist eene lagere plaats tracht in Ie nemen dan
de andere deelen van het lichaam.
F. Bepaling van bet soortelijk gewicht.
00. Bepaling van het soortelijk gewicht van vaste
lichamen en vloeistoffen door hydrostatische weging. —
Door soortelijk gewicht eener stof verstaat men de
verhouding tusschen het gewicht van een zeker volume
dier stof, en dat van een even groot volume water; het
soortelijk gewicht van water wordt daarbij als eenheid aangenomen.
Eene juiste kennis van het volume van het lichaam is dus tot zoo-
danige bepaling noodig. Het laat zich echter gemakkelijk inzien,
dat dit door enkele meting niet met genoegzame nauwkeurigheid
kan bepaald worden. De eigenschappen der ingedompelde lichamen
bieden een middel aan om zoodanige bepaling met groote nauw-
keurigheid te doen. Immers een lichaam, in zuiver Avater gewogen,
verliest juist zooveel aan gewicht, als het verplaatste water weegt;
het gewichtsverlies is dus het gewicht van eön volume water, even