Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
99
aan het gewicht der vloeistof, door het ingedompelde gedeelte
verplaatst, want dan eerst zullen de beide tegenovergestelde krachten
even groot zijn. Men zegt dan, dat het lichaam drijft. Massieve
homogeene lichamen zullen dus zinken, als de stof, waaruit zij
zijn zamengesteld, grootere dichtheid heeft dan de vloeistof; zij
zullen drijven, als hun soortelijk gewicht geringer is; zij blijven
zwevende, als het even groot is.
De wet van Archimedes maakt het ook duidelijk, hoe lichamen,
vervaardigd uit eene stof, welke soortelijk zwaarder dan de vloei-
stof is, zooals bijv. ijzeren schepen, kunnen drijven. Bij deze is,
uithoofde van den bijzonderen vorm, het gewicht geringer dan
dat van de verplaatste vloeistof. Een schip, dat 5000 centenaar
weegt, zal zoo diep in het water zakken, dat de hoeveelheid van
het verplaatste water 500 kubieke meter bedraagt. Men kan dus
het gewicht van een schip bepalen, door het volume van de
verplaatste vochtmassa, of wat hetzelfde is, den inhoud van het
schip tot aan de waterlijn te meten.
Een lichaam, dat in eene vloeistof zwevende is of op hare opper-
vlakte drijft, zal echter niet in alle standen in evenwicht zijn.
Daartoe is het noodig, dat de twee tegenovergestelde krachten, het
gewicht van het lichaam en de opwaartsche drukking der vloeistof,
werken in twee punten, die in dezelfde verticaal gelegen zijn;
want is zulks niet het geval, dan heeft men een stelsel van twee
gelijke en evenwijdige, doch tegenovergesteld gerichte krachten,
die een koppel (29) vormen en aan het lichaam eene draaijende
beweging geven. Het aangrijpingspunt van het gewicht van het
lichaam is zijn zwaartepunt; dat van de opwaartsclie drukking is het
zwaartepunt der verplaatste vloeistof, daar deze drukking niet anders
is dan het gewicht dier vochtmassa, doch opwaarts werkende;
men noemt dit punt gewoonlijk het middenpunt van opwaartsche
drukking. Is het lichaam geheel ondergedompeld en homogeen,
dan vallen deze punten zamen; een zwevend homogeen lichaam
zal dus in eiken stand in evenwicht zijn, welke ook zijn vorm zijn
moge. Is het niet homogeen, zoodat het middenpunt van opwaart-
sche drukking en het zwaartepunt niet zamenvallen, dan zal zich
het laatste onder het eerstgenoemde plaatsen, daar men anders
onstandvastig evenwicht zou hebben. Bevindt zich een lichaam
slechts gedeeltelijk onder water, dan zullen die twee punten