Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
95
water, dan zal het gekleurde vocht hooger in de buis klimmen,
naarmate de blaas dieper onder water wordt gehouden. Wanneer
eene ledige doch gesloten flesch diep in zee wordt nedergelaten,
dan zal óf de kurk door de drukking van de hooge waterkolom er
ingedreven worden, óf de Üesch breken.
De drukking der vloeistof moet op het gewicht van het inge-
dompelde lichaam een zekeren invloed uitoefenen; zij moet dus
met dat gewicht worden zamengesteld, en het zal van de resultante
van deze beide afhangen, of het lichaam in evenwicht zal kunnen
zijn. Om die resultante te vinden is het dus in de eerste plaats
noodig, dat wij nauwkeuriger de grootte der drukking van de
vloeistof op het lichaam leeren bepalen.
Stellen wij ons te dien einde voor, dat het lichaam uit de vloei-
stof is genomen; eene vochtmassa van gelijk volume als het lichaam
zal dan weder zijne plaats hebben ingenomen. Daar deze vochtmassa
in evenwicht is en als geheel op zich zelf mag worden beschouwd,
moet men aannemen, dat de krachten, die er op werken, elkander
vernietigen. Die krachten zijn tweederlei; vooreerst het gewicht der
vochtmassa, en ten tweede de drukking, die zij ondervindt van de
omliggende vochtdeeltjes. Deze twee krachten kunnen geen even-
wicht met elkander maken, tenzij zij gelijk en tegenovergesteld zijn.
De drukking der vloeistof op de bedoelde vochtmassa moet dus
van beneden naar boven gericht zijn, gelijk zijn aan haar gewicht
en in hetzelfde punt werken. De drukking der omliggende deeltjes
moet noodzakelijk dezelfde blijven, als men die vochtmassa weder
door liet even groote ingedompelde lichaam vervangt; een
lichaam, in eene vloeistof gedompeld, zal dus ook eene
opwaartsche drukking ondervinden, gelijk aan het ge-
wicht der vochtmassa, welker plaats het inneemt. Daar
deze drukking tegenovergesteld is aan de zwaartekracht, en de
resultante der beide op het lichaam werkende krachten dus door
haar verschil wordt uitgedrukt, kan men ook zeggen, dat een
lichaam in eene vloeistof zooveel aan gewicht verliest,
als de daardoor verplaatste vochtmassa weegt. Deze be-
langrijke wet wordt gewoonlijk genoemd naar Archimedes, die
haar ongeveer 220 jaar v. Chr. te Syracuse ontdekte.
Bij eene oppervlakkige beschouwing kan het vreemd schijnen, dat
het verlies aan gewicht niet toeneemt, wanneer het lichaam tot