Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
93
is die van het zoogenaamd fleschjeswaterpas, in fig. 49 afge-
beeld, waarvan men zich bedient om. te bepalen, hoeveel eenig
punt hoogcr of lager dan een ander gelingen is. Deze toestel bestaat
uit twee glazen fleschjes A en B zonder bodem, doch door middel
van eene blikken of koperen buis C met elkander gemeenschap
hebbende; wordt hierin water geschonken, dan zal dit in beide
lleschjes even hoog staan; de punten m en n liggen dus in hetzelfde
waterpas. Plaatst men zich mot het oog achter A en ziet men langs
m en n, dan zal een punt P, dat in het verlengde der lijn mn
gelegen is, ook in hetzelfde vlak, dus even hoog gelegen zijn. Door
den afstand van de lijn mn tot den grond, alsmede de lengte van
PQ te meten en deze twee van elkander af te trekken, zal men
dus vinden, hoeveel het punt (J hooger of lager gelegen is dan de
voet D van den toestel.
Fig. 50. Eene andere toepassing van de eigenschap van
vaten, die gemeenschap met elkander hebben, is de
zoogenaamde waterpeilbuis. Dit is eene glazen
buis verbonden met een vat met ondoorzichtige
wanden. Daar de vloeistof in beide even hoog moet
staan, zal de stand in de buis tevens den stand in
het vat aanwijzen.
Wanneer de vloeistotTen, die zich in beide vaten
bevinden, ongelijke dichtheid hebben, kan men ook
gemakkelijk bepalen, welken stand zij moeten aan-
nemen. Is bijv, AE (Fig. 50) eene omgebogen glazen
buis, welke dus kan beschouwd worden als bestaande
uit twee vaten AB en EC, door middel van het
onderste gedeelte BC gemeenschap met elkander
hebbende, dan zal de zwaarste vloeistof zich ter-
stond naar beneden begeven; wordt nu in den
langen arm eene lichtere vloeistof geschonken, dan
zal de zwaarste niet meer in beide armen even hoog
staan. Denken wij ons door de grens B der beide vloeistoffen een
horizontaal vlak, dan zal het gedeelte BO met CG evenwicht
maken; de deeltjes, die zich in B en C bevinden, moeten dus eene
gelijke drukking ondervinden. De drukking op de vierkante eenheid
in B zal worden voorgesteld door dh, wanneer li de hoogte ende
dichtheid der vloeistolzuil AB uitdrukken. Zijn li' en d' de hoogte