Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
91
begint te vloeijen, geraakt de geheele toestel in draaijing in eene
richting, tegenovergesteld aan die, volgens welke de uitstrooraing
plaats heeft.
Het waterrad van Segner geeft eene zeer aanschouwelijke voor-
stelling van het beginsel van het behoud van arbeidsvermogen en
van den overgang van arbeidsvermogen van plaats in arbeids-
vermogen van beweging. Men ziet terstond in dat, als men aan
het bovenste gedeelte een koord bevestigt, dat over een katrolletje
loopt en aan het andere uiteinde een gewicht draagt, dit gewicht
zal worden opgelicht door de draaijende beweging van het vat M,
waardoor het koord wordt opgerold. Er wordt dus arbeid verricht.
Maar daarentegen gaat er arbeidsvermogen van plaats verloren,
daar het water, dat zich aanvankelijk in het vat bevond, daar
uit stroomt cn zich bij het einde der proefneming in den lager
staanden bak bevindt.
50. Evenwicht van verschiUende vloeistoffen in één
vat. — Wanneer men in een glas vloeistoffen van verschillende
dichtheid schenkt, dan zullen deze, tot rust gekomen, een zekeren
evenwichtstoestand aannemen, die uit de voorgaande algemeene
eigenschappen kan afgeleid worden. Door de werking der zwaarte-
kracht en door de beweegbaarheid der deeltjes zal de zwaarste
vloeistof zich onder in het glas begeven,'terwijl de andere zich
daar boven zullen plaatsen in de volgoi'de van hare dichtheid.
Voorts zullen de afscheidingsvlakken der verschillende vloeistoffen
horizontale vlakken moeten zijn; want was zulks niet het geval,
dan zou de drukking niet in alle punten van eene zelfde horizontale
laag even groot wezen. Immers, daar de oppervlakte der bovenste
vloeistof horizontaal moet zijn (52), zou dan oj» elk dier punten
wel eene even hooge, doch niet eene even zware kolom rusten,
en het evenwicht zou dus onmogelijk zijn. Men kan zich hiervan
overtuigen, door in een zelfde glas kwikzilver, eene verzadigde
oplossing van koolzure potassa in water, niet al te sterken alcohol,
dien met rood gekleurd heeft, en bergolie of naphta te schenken.
Het kwikzilver zal onderin blijven, daarboven het water, dat door
het opgeloste zout grootere dichtheid verkregen heeft, vervolgens
de alcohol, die zich niet met het \vater vermengt, omdat de koolzure
potassa in alcohol niet oplosbaar is, en bovenop de lichte bergolie.