Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
87
wand MGHN ook eene even groote opwaartsche drukking zal
moeten ondervinden. Vermindert men de drukking op den bodem
met de opwaartsche drukking tegen MGenHN, dan zal men tot rest
liet gewicht der geheele watermassa verkrijgen. Hoewel zich boven MG
en HN geen vocht bevindt, zal men toch, door de buis CDHG lang
te nemen, ook op dit gedeelte van den bovenwand eene aanzienlijke
drukking kunnen uitoefenen, zoo zelfs, dat die wand niet sterk
genoeg is om daaraan wederstand te bieden en dat het vat springt.
Wij mogen hier niet onopgemerkt laten, dat de grootere drukking,
in zoodanig geval op den bodem uitgeoefend, alleen het gevolg is
van den vloeibaren toestand. A^eranderde de vloeistof in een vast
licliaam van den zelfden vorm, zoo als wanneer het water in ijs
overgaat, dan zou de drukking op den bodem eenvoudig gelijk
zijn aan het gewicht van dat vaste lichaam; maar dan wordt op den
bovenwand MN ook geen opwaartsche drukking uitgeoefend.
54. Drukking op de zijwanden, — Daar de deeltjes eener
vloeistof in alle richtingen eene drukking op elkander uitoefenen,
moet zij ook tot op de zijwanden van het vat voortgeplant worden;
de drukking op deze zal daarom onafhankelijk zijn
van den vorm of van de richting dier wanden, en
alleen aangewezen worden door het gewicht van de
vochtkolom, die zich er boven bevindt. De drukking moet
steeds loodrecht op den wand gericht zijn; want was dit niet het
geval, dan kon men liaar ontbinden in eene loodreclite drukking en
eene andere, in de richting van den wand werkende; deze laatste ont-
bondene zou het evenwicht onmogelijk maken. Proefondervindelijk
blijkt dit, wanneer men eene opening in den wand maakt; de vloei-
stof spuit er terstond uit in eene richting loodrecht op den wand.
Daar de lager gelegen deelen van den wand eene grootere druk-
king ondervinden dan de hoogere, is het moeilijk de totale druk-
king op den geheelen zijwand te berekenen, wanneer deze niet
eene zeer eenvoudige gedaante heeft. De algemeene regel, tot welken
men door wiskundige beschouwingen geraken kan, leert, dat de
drukking op eenig gedeelte van den zijwand, wanneer
deze vlak is, gelijk is aan het gewicht eener vocht-
kolom, welke dat gedeelte van den wand tot grond-
vlak en den afstand van den waterspiegel tot het