Boekgegevens
Titel: Rekenboek ten dienste van hoogere burgerscholen en andere inrichtingen van onderwijs
Deel: Vierde stukje. Eerste klasse
Auteur: Schram, J.M.; Hermans, J.M.
Uitgave: Venlo: Wed. H.H. Uyttenbroeck, 1894
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8449
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201991
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenboek ten dienste van hoogere burgerscholen en andere inrichtingen van onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 47 —
richten, als de krachten van B staan tot die
van C als 5 : 4 ?
22. Een winkelier koopt eene partij koffie tegen/■0,9ü
de KG netto. Hij geniet 5 »/o tarra en 2 »/„
korting voor kontante betaling en kan zoodoende
met f 1340,04 voldoen. Hoeveel KG bruto heeft
hij gekocht?
23. Een kruidenier verkoopt eene partij kruidnagelen
met 10 o/„ winst. Hoeveel »/„ wint hij nog, ais
hij 5 o/o korting geeft?
24. Een aannemer heeft aangenomen zeker werk te
verrichten in 27 dagen. Na 7 dagen staken O
werklieden het werk. Hoeveel moet hij er de
laatste 8 dagen bijnemen om op tijd gereed te
zijn ?
25. Vermenigvuldigt men den teller eener breuk met
3 en vermeerdert men den noemer met 5, dan
wordt de waarde der breuk 1| maal zoo groot.
Bepaal den noemer der breuk.
20. Een rechthoekig stuk land, 12 DM lang en 5 D^I
breed, wordt door een lijn, evenwijdig aan de
breedtezijde, in 2 stukken verdeeld. Hoeveel
A is het eene grooter dan het andere, als zij
30 M in omtrek verschillen?
27. Een winkelier verkoopt van een stuk laken de
helft en 5 M voor f 120; naderhand de helft
van de rest, tegen denzelfden prijs per M, voor
f 40. Hoe lang was het stuk ?
28. Een goudsmid heeft 5 HG zilver van 900 gehalte,
3 HG van 750 gehalte en 2 HG van 825 gehalte.
Hoeveel koper moet hij er bijvoegen om zilver
van 800 gehalte te krijgen ?