Boekgegevens
Titel: Rekenboek ten dienste van hoogere burgerscholen en andere inrichtingen van onderwijs
Deel: Vierde stukje. Eerste klasse
Auteur: Schram, J.M.; Hermans, J.M.
Uitgave: Venlo: Wed. H.H. Uyttenbroeck, 1894
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8449
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201991
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenboek ten dienste van hoogere burgerscholen en andere inrichtingen van onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 46 —
de KG netto, en geniet 4 »/o tarra. Hij verkoopt
de partij met 2 »/„ tarra voor ƒ 1 de KG en
wint f 383. Hoeveel % korting geeft hij ?
14. A, B en 0 moeten eene som geld verdeelen. A
krijgt f 100 meer dan B, en B ƒ 100 meer dan
0. Als het aandeel van A staat tot dat van C
als 4 : 5, hoeveel ontvangt dan B?
15. Een rentenier zet een gedeelte van zijn kapitaal
a 5 °lo uit, en de rest a 4 "/o. Ilij krijgt ge-
middeld o/o van zijn kapitaal. Welk deel
heeft hij a 5 »/o uitgezet?
16. Wat verliest men ten honderd, als het verlies
van den verkoop bedraagt?
17. Een winkelier verkoopt van eene partij koffie het
I deel met 12 <>/„ winst, en de rest zoodanig, dat
hij gemiddeld in het geheel slechts 4 »/o wint.
Met hoeveel »/„ verlies heeft hij de rest verkocht ?
18. De som van 3 opeenvolgende geheele getallen is
altijd een 3-voud. Waarom?
19. Een heer mijnt een huis voor f 10000. Hiervan
moet hij f 4000 kontant, f 3000 over 5 maan-
den en de rest over 8 maanden voldoen. Als
hij alles kontant betaalt met 6 "jo korting 's jaars,
met hoeveel kan hij dan voldoen?
20. Eenige werklieden kunnen een werk voltooien in
12 dagen. Gaan echter 4 werklieden meer aan
den arbeid, dan is het werk klaar in 10 dagen.
Hoeveel werklieden zijn in het eerste geval
noodig ?
21. A, B en C kunnen samen een werk verrichten
in 12 dagen. A kan het alleen in 30 dagen.
In hoeveel dagen kan B alleen het werk ver-