Boekgegevens
Titel: Rekenboek ten dienste van hoogere burgerscholen en andere inrichtingen van onderwijs
Deel: Vierde stukje. Eerste klasse
Auteur: Schram, J.M.; Hermans, J.M.
Uitgave: Venlo: Wed. H.H. Uyttenbroeck, 1894
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8449
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201991
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenboek ten dienste van hoogere burgerscholen en andere inrichtingen van onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 43 —
10. A, ß en C handelen. A legt 40 »/o minder in dan
B, en C 20 "/o minder dan ß. Zij winnen samen
/' 405. Hoe groot is ieders inleg, als de winst
\2l o/o bedraagt?
20. Iemand verkoopt 500 M linnen a f 0,96 per M.
Had hij /' 48 minder ontvangen, dan zou hij
4 "/o verloren hebben. Hoeveel "/o wint hij ?
24. Iemand leende den 15. April eene som geld a
4 «/o 's jaars. Den 45. December betaalt hij aan
kapitaal en interest f 3696 terug. Hoeveel
leende hij ?
22, Bepaal de waarde van x uit de volgende even-
redigheid :
Oi^ . ^ _ ^ . 133,
0,2 • 0,01 ~ ® •
23. Iemand verkoopt 4 KG suiker en 5 KG koltie
voor f 5,90. Als hij voor 6 KG koffie zooveel
krijgt als voor 7 KG suiker, wat is dan de
verkoop van 4 KG suiker?
24. Een koopman heeft eene partij aardappelen ge-
kocht voor /' 3,00 den HL en verkoopt den HL
voor f 3, nadat 40 HL bedorven zijn. Hoeveel
HL heeft hij gekocht, als hij in het geheel
t 420 verliest?
25, Bereken:
(0,01 + 0,002) X 0,04 — (0,4 0,05) x 0,0004
0,0007
26, Een heer, die 80 "/o van zijn inkomen verteert,
houdt jaarlijks f 160 over. Hoeveel geld zal hij
meer overhouden, als hij 20 »/o meer verdient
en 10 "/o minder verteert ?
27. A, B, C en D kunnen samen een werk verrichten