Boekgegevens
Titel: Rekenboek ten dienste van hoogere burgerscholen en andere inrichtingen van onderwijs
Deel: Vierde stukje. Eerste klasse
Auteur: Schram, J.M.; Hermans, J.M.
Uitgave: Venlo: Wed. H.H. Uyttenbroeck, 1894
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8449
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201991
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenboek ten dienste van hoogere burgerscholen en andere inrichtingen van onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 31
22. Een trein legt in 4 uur, 15 minuten en 46 secon-
den 120 KM af. Hoeveel zal hij afleggen in 6
uur, 23 minuten en 39 seconden ?
23. In eene meetkundige evenredigheid mag men de
termen der eerste reden met hetzelfde getal
vermenigvuldigen. Waarom ?
24. Drie kooplieden handelen. B legt f 7000 in en
C f 8000. Als A het vierde deel van de winst
krijgt, welk deel van de winst komt C dan toe?
25. Een reiziger vertrekt 's morgens om 7 uur en
legt 4 KM per uur af. Anderhalf uur later
vertrekt een andere reiziger, die per uur 6 KM
aflegt, naar dezelfde stad. Als deze laatste 1
uur vroeger dan de eerste op de plaats der
bestemming komt, hoe lang is dan de weg?
§3.
1. Van twee kapitalen staat het eerste, dat maal
zoo groot is als het tweede, a 5 °/o, en het ander
a i°lo 's jaars uit. Als beide kapitalen met
den interest na een jaar f 18305 bedragen, hoe
groot is dan ieder kapitaal ?
2. Een goudsmid moet 8 DG goud hebben van 800
gehalte. Daartoe neemt hij goud van 900 en
van 720 deelen fijn. Hoeveel moet hij van elke
soort nemen?
3. Hoe lang zal iemand over een weg doen, die 8J
KM lang is, als hij in 2 uur en 20 minuten 10
KM kan afleggen?
4. Van eene breuk is de som van teller en noemer
95. Als de waarde der breuk is, welk is
dan de breuk?