Boekgegevens
Titel: Rekenboek ten dienste van hoogere burgerscholen en andere inrichtingen van onderwijs
Deel: Vierde stukje. Eerste klasse
Auteur: Schram, J.M.; Hermans, J.M.
Uitgave: Venlo: Wed. H.H. Uyttenbroeck, 1894
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8449
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201991
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenboek ten dienste van hoogere burgerscholen en andere inrichtingen van onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 29 —
A heeft wekelijks in zijn huishouden 8 KG, en
B slechts 5 KG noodig. Na hoeveel weken heb-
ben beiden evenveel spek over ?
G. A, B en C handelen. A en B leggen samen
f 7500 in, en 0 ƒ 4000 meer dan A. Van de winst,
die f 1260 bedraagt, krijgt A f 240. Hoeveel
heeft ieder ingelegd?
7. Een rechthoekig stuk land is 2,5 HA groot Hoe
groot is de oppervlakte van een ander stuk, dat
het l deel der lengte en de helft der breedte
heeft van het eerste?
8. Voor eene partij waren, die men met 25 °/o winst
verkoopt, ontvangt men f 60 meer, dan wanneer
men ze met 5 °/o verlies van de hand doet. Be-
paal den inkoop der partij.
9. A en B kunnen samen een werk verrichten in
12 dagen, B en C in 15 dagen, en A en 0 in
16 dagen. In hoeveel dagen kan ieder alleen
het werk verrichten ?
10. Een goudsmid mengt DG goud van 920 gehalte,
0,4 HG van 950 gehalte en eene zekere hoe-
veelheid koper onder elkander, waardoor hij een
mengsel van 800 gehalte krijgt. Hoeveel KG
koper heeft hij genomen ?
11. Een koopman ontvangt 5000 flesschen tegen 5 ct.
per stuk. Hij verkoopt ze tegen ct., doch
wint in het geheel slechts 27| "/o. Hoeveel
flesschen zijn gebroken ?
12. Iemand geeft eerst het vierde deel van zijn geld,
daarna het derde deel van de rest en eindelijk
nog f 10 uit, waarna hij f 30 overhoudt. Hoe-
veel geld heeft hij gehad ?