Boekgegevens
Titel: Rekenboek ten dienste van hoogere burgerscholen en andere inrichtingen van onderwijs
Deel: Vierde stukje. Eerste klasse
Auteur: Schram, J.M.; Hermans, J.M.
Uitgave: Venlo: Wed. H.H. Uyttenbroeck, 1894
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8449
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201991
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenboek ten dienste van hoogere burgerscholen en andere inrichtingen van onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 13 —
12. Twee kooplieden handelen. A legt f 1500 en B
f 3000 in. Hoeveel moet A bijleggen om het
I deel van de winst te krijgen ?
13. Twee huismoeders verdeelen koffie zoodanig, dat de
eene 5 KG meer krijgt dan de andere. Als de
eerste in haar huishouden dagelijks | KG en de
tweede 1 KG koffie noodig heeft, na hoeveel
dagen hebben dan beiden evenveel koffie over?
14. Iemand verkoopt 15 koeien en wint op iedere koe
maal zooveel als de winst ten honderd be-
draagt. Tegen hoeveel heeft hij eene koe ver-
kocht, als hij in het geheel f 270 wint?
1.5. Bereken: (15| — 7|-) — (2! + if^) : 2J.
10. Een leerling moet een getal met 0,3 vermenig-
vuldigen, maar vermenigvuldigt bij vergissing
met 0,3, waardoor hij in zijn antwoord 0,2 te
weinig krijgt. Men vraagt naar het ware product?
17. X HL rogge en 5 HL tarwe kosten samen f 88,
en 12 HL rogge en 7 HL tarwe samen f 12S.
Wat is de prijs van 1 HL rogge ?
18. Een vijver kan door drie sluizen in 8 uur, en
door de twee eerste in 13 uur ledig loopeii.
Nadat de drie sluizen gedurende 3 uur hebben
opengestaan, worden de 2 eersten gesloten. In
hoeveel tijd is nu de vijver ledig?
10. A zet zooveel rijksdaalders uit a 4 % als B guldens
a 5 %. Na het einde van het jaar is de geza-
menlijke interest f 30. Hoe groot is ieders
kapitaal ?
20. Een jongen moet een getal met 103 vermenig-
vuldigen , maar verwisselt bij vergissing de
honderdtallen met de eenheden, waardoor hij