Boekgegevens
Titel: Rekenboek ten dienste van hoogere burgerscholen en andere inrichtingen van onderwijs
Deel: Tweede stukje. Voorbereidingsklasse
Auteur: Schram, J.M.; Hermans, J.M.
Uitgave: Venlo: Wed. H.H. Uyttenbroeck, 1892
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8447
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201989
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenboek ten dienste van hoogere burgerscholen en andere inrichtingen van onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 9 —
VERMENIGVULDIGING.
1. Een heer koopt 2 pakjes snuif, die ieder y^ KG
wegen; hoeveel wegen beide pakjes ?
2. Een jongen bespaart per week f Hoeveel
heeft hij na 6 weken?
3. Een arbeider verdient per dag f-^^. Hoeveel is
dat in 6 dagen ?
4. Bereken: 6 X ^^; 8 X i; 9 X -j^; 1 y
7 X 2 X I; 5 X 12 X f.
5. Voor 1 HL rogge betaalt men f 7|. Hoeveel
kosten dan 3 HL ?
6. Tot het maken van eene broek heeft men M
laken noodig. Hoeveel M heeft men voor 5
zulke broeken noodig?
7. Een veehandelaar koopt 12 schapen, die hem ieder
gemiddeld f 12| kosten. Hoeveel betaalt hij
voor die schapen?
8. Een metselaar verdient dagelijks f 1|. Hoeveel is
dat in een vierendeeljaars (13 weken) ?
9. Willem kreeg van zijn vader 4 konijnen, die ieder
35^- ct. kosten. Hoeveel hebben die konijnen
gekost ?
10. Een handelaar koopt 55 HL raapolie tegen /'28|
den HL. Hij verkoopt die met /li winst per
HL. Hoeveel moet hij ontvangen ?
11. Bereken: 17 x (18| + 19| + 2^).
12. Een heer verdient wekelijks f 30i en verteert
f 24| per week. Hoeveel houdt hij zoodoende
in een jaar over?
13. Hoeveel gulden zijn 135 rijksdaalders ?