Boekgegevens
Titel: Thieme's Aanschouwelijke lees-leerwijze
Deel: 4e stukje
Auteur: Schurink, B.H.
Uitgave: Arnhem: G.J. Thieme, 1871 *
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201985
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Thieme's Aanschouwelijke lees-leerwijze
Vorige scan Volgende scanScanned page
22
De % «j^aiil Hond.
De hond is een nuttig dier. Hij is zijn
meester trouw. De jachthond g-aat mee
op de jacht, en ruikt waar het wild
lig-t. Men spant den hond ook voor een
kleinen wag-en; ook wel voor een krui-
wag-en. Als men den hond plaagt, wat
doét hij dan somtijds?
Kraai.

Dien zwarten vogel kent gij zeker %uel\
Dat is eene kraai. Er zijn ook bonte
kraaien. De kraai is een 7'echte dief.
Zij steelt graag kuikens. De kraai
maakt haar nest in den top van zeer
hooge boomen. Stoute jongens halen dat
uit. Waarom mag dat niet? Welk nut
doet de kraai?