Boekgegevens
Titel: Thieme's Aanschouwelijke lees-leerwijze
Deel: 4e stukje
Auteur: Schurink, B.H.
Uitgave: Arnhem: G.J. Thieme, 1871 *
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201985
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Thieme's Aanschouwelijke lees-leerwijze
Vorige scan Volgende scanScanned page
Kwast.
Met een kwast kan men verven. De
verver heeft een verfkwast. Als men
den muur wit maakt, heeft men een
witkwast. Aan een boom is wel eens
een kwast. Die heet ook wel noest of
knoest. Maar zeg- nu, als g-ij het weet,
waarvan een verfkwast o-emaakt is.
De ' ' Mand.
Aan eene mand zijn tn/ee ooren
Waarom? Om haar te kunnen dragen.
De mand heeft ook eenen hodem, anders
kon er niets in liggen. De mand maakt
men van twijg ofteenen. Wie doet dat?
Wijs de ooren der mand, den rand
en den hodem.