Boekgegevens
Titel: Theoretisch en practisch rekenboek
Deel: II Tiendeelige breuken
Auteur: Schoo, H.; Kroon, F.
Uitgave: Hoorn: Gebr. Vermande, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8024
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201970
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretisch en practisch rekenboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
den de eenheid uitgedrukt, wordt eene iiencleelige
hreuh genoemd.
Eene tiendeelige hreuk is dus een of meer deeleil
van eene eenheid, die üendeelig is ingedeeld.
Telling.
Het schrijven der tiendeelige breuken geschiedt op
dezelfde wijze als der geheele getallen.
Men bepaalt eerst de plaats der eenheden, zet daar-
achter eene komma of punt, scheiteeken of decimaal-
j)unl genoemd, en vervolgens de tiendeelige hreuJc.
Achter het decimaalpunt staan alzoo:
op de 1° plaats de tiende deelen.
// 2« n n honderdste deelen.
// " n duizendste deelen.
// ,4.'° n n tienduizendste deelen.
tl 5= n // honderdduizendste deelen.
// G" -•/ // millioenste deelen.
n // // tienmillioenste deelen, enz.
Uitspreken dci* tiendeelige brenken.
Regel. Spreek eerst de gelieelen uit en daarna de
tiendeelige breuk.
Eene tiendeelige breuk van meer dan een cijfer
kan op twee wijzen uitgesproken worden.
1°. Men kan elk cijfer zijn eigen naam geven.
2°. Men kan de tiendeelige breuk, als een geheel
getal, in eens uitspreken, en dan daaraan den
naam van den laatsten term of cijfer geven.
V00EST£LI,EN.
Spreek deze getallen eens uit:
1. 0,5 ; G,8 ; 0,34; 27,58 ; 0,637 ; 369,493 ; 0,089.