Boekgegevens
Titel: Theoretisch en practisch rekenboek
Deel: II Tiendeelige breuken
Auteur: Schoo, H.; Kroon, F.
Uitgave: Hoorn: Gebr. Vermande, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8024
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201970
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretisch en practisch rekenboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
16
301,50 gulden is, hoeveel kan hij dan maande-
lijks verteren?
3. Verdeel eens 100 gulden onder 8 personen.
4. Hoeveel zakdoeken kan men uit 19,2 el linnen
maken, als men 0,8 el voor een zakdoek noo-
dig heeft?
5. Hoeveel tuinstokken van 0,75 el kunnen ge-
maakt worden uit eene lat, die 6 el lang is?
6. AVanneer voor een varken, dat 143 pond weegt,
59,345 gulden betaald wordt, tegen hoeveel is
dan het pond gerekend?
7. In een grutterswinkel werden in een vierendeel
jaars 22,75 mud graauwe erwten verkocht, hoe-
veel was dat in eene week ?
8. Wanneer 25 kazen, die 50 pond wegen, 24,50
gulden kosten, hoeveel is dit voor eene kaas?
GEMENGDE VOOKSÏELLEN.
1. Hoeveel is 27,48 3,176 + 382,6452 —
388,76 X 3,08, gedeeld door 27,72?
2. En — 7,745 X 0,089 ?
3. Welke is de uitkomst van
91,345 + 7,4 _ p
1,5 0,8
4. Een lakenkooper verkoopt van een stuk laken,
lang 50 el, aan A. 14,5 el, aan B. 8,65 el en
aan C. 17,7 el. Hoeveel el houdt hij ovjer?
5. Van 8 maal 37,9 el wordt 3 maal 16,15 el
verkocht, wat blijft er over ?
6. Hoeveel lakens kan eene naaister uit 3 stuk-
ken linnen maken, als ieder stuk 39,2 el lang
is, en zij voor één laken 4,9 el noodig heeft?