Boekgegevens
Titel: Theoretisch en practisch rekenboek
Deel: II Tiendeelige breuken
Auteur: Schoo, H.; Kroon, F.
Uitgave: Hoorn: Gebr. Vermande, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8024
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201970
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretisch en practisch rekenboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
14
na het opschrijven, hoeveel decimaalplaatsen in ieder
dezer getallen zijn. Indien
1®. in het deeltal zooveel plaatsen als in den
deeler, of
2°. in het deeltal meer plaatsen dan in den dee-
ler zijn,
dan begint men in beide gevallen te deelen, als of
het geheele getallen waren; doch zijn
3°. in het deeltal minder plaatsen in de tien-
deelige breuk, dan in den deeler,
zoo voegt men, eer men begint te deelen, zooveel
nullen achter de tiendeelige breuk van het deeltal,
tot men evenveel of meer plaatsen dan in den deeler
heeft.
Schrap aan de regterhand van het quotiënt zoo
veel plaatsen af, als er meer tiendeelige breuk-plaat-
sen in het deeltal dan in den deeler zijn.
Zijn in deeler en deeltal evenveel tiendeelige breuk-
plaatsen, dan komen er geheelen uit.
Zijn in het quotiënt minder cijfers, dan volgens
den regel afgeschrapt moeten worden, zoo vult men,
ter linkerzijde van het quotiënt, de ontbrekende door
nullen aan.
Wanneer de deeling niet opgaat, dan kan men
die, na vograf in het quotiënt het scheiteeken ge-
plaatst te hebben, verder voortzetten, door telkens
achter de rest eene nul te voegen.
Moet men door 10, 100, 1000, enz. deelen, dus
door eene 1 gevolgd van eene of meer nullen, dan
zet men het scheiteeken zoo veel plaatsen vooruit, of
naar de linkerhand, als er nullen achter de 1 staan.
VOOKSÏELLEN.
§ 1-
1. Deel 22,365 door 3, 5 en 7.
2. Deel 432,036 door ■1,9 en 11.