Boekgegevens
Titel: Leerboek der Engelsche taal naar Ollendorff's methode
Deel: 4e stukje
Auteur: Stevens, J.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel en Bakker, 1871
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8321
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201927
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der Engelsche taal naar Ollendorff's methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
91
(awkward). — Ik bid u, wees loch voorzichtig [Do be careful)!
baar hebt gij mij weder het schoone tafellaken [tablecloth)
vuil gemaakt (to dirty R.), gisteren hebt gij den wijn over
de tafel gestort en heden de saus (gravy). — Stort daarover
(about) maar geen tranen! — Ik heb het niet opzettelijk gedaan;
gij weet, dat ik liever een paar droppels (drop) bloed, dan
een glas goeden wijn stort; ik zal bet niel weder doen. —
Gij moet mij morgen om half zeven wekken; ik moet (to
have) naar eene begrafenis. — Wordt Mijnheer Z. morgen
begraven? — Ja, hij is eergisteren gestorven! Waaraan? —
Hij stierf aan den kelder. — Wat voor eene ziekte (complaint)
is dat? — Aan de pomp [the pump) zou hij niet gestorven
zijn; hij heefl altijd te veel wijn en le weinig water gedronken. —
W^at scheelt uw zwager? — Hij lijdt zeer aan slechte spijs-
vertering; doch het is zijne eigene schuld; het gaat hem (to
be with) als den meesten lieden; hij bedenkt [to consider R.)
niel, dat, als hij zijne maag (stomach) overlaadt (to overloadVi.)
hij die zelf te dragen heeft.
ACHT EN ZESTIGSTE
LES,
SIXTY-EIGIITH
LESSON.
Avoid concluding sentences with an adverb, a preposition,
or any inconsiderable word. Such conclusions are always
enfeebling and degrading. There are sentences, indeed,
where the stress and signifieancy rest chiefly upon some
word of this kind. In this case they are not to be conside-
red as circumstances, but as the capital figures; and ought,
in propriety, to have the principal place allotted them. ISo
fault, for instance, can be found with this sentence of Bo-
li?igbroke^s: »In their prosperity, my friends shall never
hear of me; in their adversity, always." Where never,
and always, being emphatical words, were to be so placed,
as lo make a strong impression. Hut I speak now of those
inferior parts of speech, when introduced as circumstances,
or as qualifications of more inportant words. In such cases,