Boekgegevens
Titel: Leerboek der Engelsche taal naar Ollendorff's methode
Deel: 4e stukje
Auteur: Stevens, J.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel en Bakker, 1871
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8321
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201927
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der Engelsche taal naar Ollendorff's methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
47
Ja, ik ben tamelijk vermoeid. — Is Willem zoo groot als
Hendrik? — Hij is iets grooter, geloof ik. — Mij bevalt dit
monster volstrekt nietj bevalt het u? (Het werkwoord niet
herhalen.) Mij bevalt het zoo tamelijk. — Is deze stof zoo breed
[wide) als die? — Zij is iets breeder; ongeveer anderhalven
duim. — Zal ik u nog een weinig rundvleeseh geven? —
Als ik u verzoeken mag; ik zal nog een weinig nemen; iets
minder vet [of the), als gij zoo goed wilt zijn. — Hebt gij
uw rok laten veranderen? — Ja, ik heh hem iels (a Utile)
korter en wijder laten maken. — Ik wensch nog een paar
handschoenen te hebben; zijn deze mijne maat {my sixe)? —
Deze drie paar zijn van dezelfde grootte. — Is deze zijden stof
niet iets donkerder dan die, welke gij gisteren aan mijne moeder
hebt laten zien? — Zij is van dezelfde kleur. — Ik zoude
haar gaarne iels lichter hebben. —' Hebt gij gisteren op (ai
the) het concert gezongen? — Ik heb (medegezongen), ofschoon
ik zeer verkouden ben; doch als er zoovelen tegelijk zingen,
kan men het wagen. — Dat zou een mooi (niee) concert ge.
ven (to 6q), wanneer de helft der zangers verkouden was, en
ieder meende, dat hij de eenige was. — Zal ik de flesschen
alle tegelijk zenden? — Neen er zijn er te veel, dan dat hij
ze alle eens zou kunnen dragen (take)-, zend niet meer
dan drie dozijn (flesschen) tegelijk. — Geef hem toch niel
zooveel stukken in eens le dragen. — Gaat gij uit? Het ziet
er uit, alsof (as if) het regenen wilde. — Ik moet evenwel
(however aan het einde) uitgaan. — Ik zal er hem echter niets
van laten weten. — Hij zeide, dat hij den man evenwel op
de proef (on trial) wilde nemen. — Wanneer gij echter de
waren niet wilt houden, moet gij het mij op zijn laatst voor
morgen ochtend_ laten zeggen. — Dat spreekt van zelf. —
Gij hebt toch de brieven dadelijk laten afgeven? — Natuur-
lijk. — Gij zeidel, dat gij nogtans uw vriend zoudt schrijven,
dal wij den wissel betaald hebben. — Gij zult uwer moeder
toch zeggen, dat het niet mijne schuld was? — Natuurlijk,
gij kunt u daarop verlaten. — Komt het u niel voor, alsof
dit kleiner ware? — Ik kan geen onderscheid zien. — Ik kau
echter (toch onderscheid zien).