Boekgegevens
Titel: Leerboek der Engelsche taal naar Ollendorff's methode
Deel: 4e stukje
Auteur: Stevens, J.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel en Bakker, 1871
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8321
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201927
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der Engelsche taal naar Ollendorff's methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
46
[tu oversleep one's self; imperf. —slept.) — Zijt gij met hem
naar het spoor gegaan? — Ja, dat spreekt van zelf; mijn neef
Willem en ik hebben hem zien vertrekken (to set-off).
245.
Waarom heeft uw broeder geen afscheid van ons genomen? —
Ik moet u voor hem om verschooning vragen; hij was giste-
ren avond tot over elven op het kantoor; anders zou hij u
zeker bezocht {lo pay a visit) hebben. — Gaat gij morgen
ochtend nog naar W.? — Neen, ik ben genoodzaakt het tot
overmorgen uit te stellen (to defer R. of to postpone R). —
Hebt gij vele afscheidsvisites te maken? — Neen, Goddank!
Ik hen gereed. Ik vind niets zoo onaangenaam als afscheid
nemen. — Wilt gij mij veroorloven dit boek mede naar huis
te nemen? — Zeer gaarne (Certainly), maar gij moet er goed
voor zorgen (take care). — Heeft Mijnheer M. eene lange af-
scheidsrede gehouden ? — Neen, hij zeide slechts weinig woor-
den; hij was zoo aangedaan (affected), dat hij nauwlijks kon
spreken. — Zal hij lang afwezig zijn? — Hij zal eerst in de
aanstaande maand Juni weder hier kunnen zijn. — Wilt gij
mij het genoegen doen mij morgen uw geweer te leenen? —
Ik zoude het met genoegen'(gaarne) doen; maar ik heb het
aan mijn vriend den heer S. beloofd. — Wilt gij de goedheid
hebben mijner zuster uwe platen (engravings) te laten zien? —
Ik zal ze dadelijk beneden laten halen. — Had ik gelijk of
ongelijk, dat ik den heer B. gisteren mijne meening (mind)
zeide? — Als gij mij veroorloven wilt u mijne meening
te zeggen, zoo moet ik u zeggen, dat, ofschoon gij in de
^aak zeiven geen ongelijk hadt, het verkeerd van (in) u was
het hem op die wijze te zeggen; gij weet, dat er zeer weinig
lieden zijn, die het kunnen verdragen, dat men hun de waar-
heid zegt. — Vaarwel; wij ontmoeten elkander hedenavond
weder bij uw schoonvader, iiiet waar? — Ik hoop het;
adieu! — Waarom Iaat de kleermaker den rok niet halen? —
Hij moet het vergeten hebben.
»46.
Danst uwe nicht goed? — Ja, zoo tamelijk; maar niet zoo
goed als uwe getrouwde zuster. — Zijt gij al vermoeid? —