Boekgegevens
Titel: Leerboek der Engelsche taal naar Ollendorff's methode
Deel: 4e stukje
Auteur: Stevens, J.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel en Bakker, 1871
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8321
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201927
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der Engelsche taal naar Ollendorff's methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
35
het geld niet zou krijgen; en hij zegt, nadat hij zich eens
vergist had, vvilde hij zich niet gaarne weder vergissen, wan-
neer hij zich nu verleiden liet [lo be induced) te gelooven,
dat hij (voor) de tweede raaal zou betalen. — Heeft uw
zwager het huis gekocht, niettegenstaande ik bet hem afried. —
Zal uw vader den Italiaan weder uitnoodigen? — Hij za!
hem weder uitnoodigen, niettegenstaande al hetgeen hij van
hem gehoord heeft; want hij heeft een te goeden dunk van
hem, dan dal hij het voor waar zou houden. — Zal uwe
tante naar Mevrouw M. gaan, na hetgeen deze [Ihe laller) van
haar gezegd heeft? — Zij zal desniettemin naar haar toe gaan,
want zij gelooft het niet. — Schrijft het Hamburger huis iets
over [respecling) den wijn? — Zij schrijven, dat zij er tot
dusverre nog geen goed bod [offer) voor ontvangen liebben;
maar zij hopen evenwel hem in den loop der volgende maand
te verkoopen [lo dispose R. of). — Zal uw zoon iets aan [by)
W. en Gomp. verliezen? — Ik geloof niet, dat het mijn zoon
trefFon zal. — Was het niet een zeer aandoenlijk tooneel? —
Waarvan spreekt gij? — Van den armen man, wien uwe
moeder den wijn gezonden heeft, hij vvilde hem niet aanra-
ken, voordat zijne vrouw, die ook zeer ziek was, ervan ge-
dronken had. — Kunt gij zien, dat de wijzer (/trager of Ao/Ki)
van deze klok zich beweegt? — Ik kan het. nauwelijks be-
merken; hij beweegt zich zoo langzaam. — Bemevktet gfj
niet, dat de man iels in den mond stak, voordal hij met u
sprak? — ik bemerkte wel, dat hij hel deed; maar ik deed.
alsof [to prederul R.) ik het niet zag.
341. ,
Waarom gaaft gij mij geen wenk, toen gij wildet weg-
gaan? — Ik gaf u immers eert wenk; maar het scheen, alsof
{as if\ gij mij niet verstaan wildel. — Bemerktet gij, dal de
man een brief in hel vuur wierp, toen men hem vroeg, ol
hij nog ine'er [any olher) papieren had? — Ik zag niet alleen,
dal hij het deed, maar ik gaf hem een wenk, dat hij hel doen
moest. — Waarop doeldet (zinspeeldet) gij gisteren avond, toen
gij zeidel, dat sommige lieden alles bemerken, en toch dik-
wijls me^ open oogen [with their eyes open) volstrekt niets
zien? — Dat was een wenk, dien ik uw broeder 'gaf, die