Boekgegevens
Titel: Leerboek der Engelsche taal naar Ollendorff's methode
Deel: 4e stukje
Auteur: Stevens, J.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel en Bakker, 1871
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8321
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201927
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der Engelsche taal naar Ollendorff's methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
147
To be impelled, voortgedreven,
aangedreven worden door.
To be influenced, geïnfluen-
ceerd, bepaald worden door.
To be overcome, overwonnen
worden door.
To be prompted, aangezet, aan-
gespoord worden door.
To be respected, geacht wor-
den door.
To be visited, bezocht worden
door.
To be wasted^ verwoest wor-
den door.
To die, sterven door {by his
own hands).
To know, kennen aan.
Het voorzetsel for eischen:
To account, rekenschap geven
van, verantwoorden.
To agree, het eens worden
voor, tot.
To answer, instaan, bor blij-
ven voor.
To apologize, zich verontschul-
digen, dat.
To arrange, regelen, ordenen;
vaststellen met, voor.
To ask, vragen naar; verzoe-
ken om.
7oa/one,goedmaken,vergoeden.
To bargain, marchandeeren
over, dingen naar.
To be bound, bestemd zijn
naar (vaii schepen of per-
sonen op eene reis).
To beg, bedelen, sterk verzoe-
ken om.
To blame, berispen, laken voor.
To blush, blozen, zich schamen
wegens, over.
To care, zich bekommeren
om, zorgen voor.
To change, ruilen voor.
To contract, aannemen, aanbe-
steden.
To cry, weenen, schreien,
schreeuwen om.
To die, sterven voor, uit.
To dispose, geneigd maken te.
To embark, zich inschepen naar.
To enquire, informeeren naar.
To exchange, verwisselen, rui-
len voor.
To excuse, verontschuldigen,
da t.
To fish, visschen naar.
To fit, geschikt maken voor.
To grieve, zich bedroeven om,
treuren over.
To have occasion, noodig heb-
ben.
To hope, hopen op.
Tohunt, jagen naar, opzoeken.
To inquire, vragen, informee-
ren naar.
To long., verlangen naar.
To look, rondzien naar, zoeken.
To mourn, treuren over, om.
To pay, betalen (voor).
To pine, smachten, verlangen
naar.
To prepare, zich voorbereiden
lot, op.
To provide, zorgen voor.
To reprove, berispen wegens.
To requite, vérgel den.
To search, zoeken naar.