Boekgegevens
Titel: Leerboek der Engelsche taal naar Ollendorff's methode
Deel: 4e stukje
Auteur: Stevens, J.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel en Bakker, 1871
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8321
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201927
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der Engelsche taal naar Ollendorff's methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
143
WERKWOORDEN,
die in het Nederlandseh voor het raeerendeel mei hel hulp-
werkwoord zijn, in hel Engelsch mei to have, hebben
of to be, zijn vervoegd worden.
To ejopire, eindigen, verloo-
pen (van lijd).
To decay (ook to be), afvallen,
vervallen.
To deviate, afwijken,
To leave, to set out, to depart
(ook to be), afreizen, ver-
trekken.
To arrivé (ook to be), aan-
komen.
To revive, herleven, weder
opleven.
To rise (ook to be)^ opstaan.
To degenerate (ook lo be), ont-
aarden,
To meet; to happen; to befalt.^
ontmoeten.
To remain; to stag, blijven.
To burst (ook to be), bersten.
To abscond, wegloopen.
To penetrate, doordringen, in-
dringen.
To enter, binnentreden.
To haslen, ijlen.
To (all asleep, in slaap val-
len,
To escape, ontkomen, ont-
snap|)('n.
To arise, ontstaan.
To blush, schaamrood wordeii
(blozen).
To appear, verschijnen.
To drive, rijden.
To fall (ook to be), vallen.
To fly, vjiegen.
To flee, vlieden.
To flow, vloeien.
To follow, volgen.
To prosper, to thrive, gedijen.
To go (ook to be)\ to walk [to
have), gaan.
To succeed, gelukken, slagen.
To slip. glijden.
To recover, genezen.
To get info, among, in gera-
ken, komen.
To happen, gebeuren.
To heal, heelen.
To ascend, fo descend, naar bo-
ven, naar benéden gaan.
To eome (ook to be), komen.
To land (ook to be), landen.
To run, hmpen.
To ride, rijden.
To traveL reizen.
To roll, rollen.
To move, van plaats verande-
ren, vertrekken.
To sink, zinken.
To stand, staan.
To die; to expire, sterven.
To leap, to spring; to burst
(ook to be), springen.
To sfumble, struikelen.
To disappear, verdwijnen.
To pass, voorbijgaan.
To grow (ook io be), wassen,
groeien.