Boekgegevens
Titel: Leerboek der Engelsche taal naar Ollendorff's methode
Deel: 4e stukje
Auteur: Stevens, J.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel en Bakker, 1871
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8321
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201927
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der Engelsche taal naar Ollendorff's methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
155
INFIMTIVE. IMPERFr.CT. PART. PAST.
To come^ komen, came. come.
To cost, kosten, cost. cost.
To creep, kruipen. crept. crept.
To crow, kraaien. crew R , crown R
To cut, ' ® snijden, cut, cut.
To dare. * * durven, dur.sl. durst R.
To deal [with in of by), handelen, dealt. dealt.
To dig^ graven, dug. dug.
To do^ doen, did. done.
To draw, trekken. drew. drawn.
To dream^ ' ' droomen, dreamt. dreamt.
To drink, ' ®drinken, drank. drunk.
To drive.,^^ drijven, rijden, mennen, drove. driven.
To dweil, wonen. du ett R , dwelt R.
To eten. cut; ate. eaten.
To fall,'^^ vallen. fell. fallen.
To feed., voeden, zich voeden met (upon), fed, fed.
To /eel,^^ voelen, lelt. felt.
15 To cut the matter short, in 't kort; om hel kon te maken;
niel veel praaljos over eene zaak maken; to cut the cards, kaarten
afnemen; to cut a great figure, een groot figuur maken; een
groot front slaan; to cul a person, iemand niet meer willen
kennen; cut out for—, gemaakt, geboren, gescliikl zijn tot—,
16 Voor durven stechls in de beleekenis van: zich verstouten,
wagen, ƒ darcd him to do it, ik zeide hem, dat hij het eens
wagen moesl, het te doen.
To dream a dream, droomen. I drcamt a curious dream last
night, ik heb den vorigen nacht een zonderlingen droom
gehad. »
>8 Uitdrinken (een glas), to drink off; (van dranken), to drink
up of o/f; dronken, drmti; zich dronken drinken, to get\drunk.
>9 Drive beleekent ook rijden (in den wagen); to take a drive,
een rijtoertje doen; a drive, een wandetrid.
2 0 Opeten, to" eat up. Heeft hij alles opgegeten? Uas he
cafen it all vp? To cat in, into, through; invreten, doorvreten.
2 1 To (all aslcepy inslapen; to 'fall ill, ziek worden; to fall
to werk, flink aan het werk gaan. Fall to! Val oani
2 2 To jeel wordt dikwijls gebruikt voor zijn, to be; I feel hafpih
ik ben blijde; I feel sorry, glad, vnttcll; to feel, te moede zijn.
ƒ cannot teil yon how / feit, ik kan u niet zeggen, lioe ik ttf-
moede was.