Boekgegevens
Titel: Leerboek der Engelsche taal naar Ollendorff's methode
Deel: 4e stukje
Auteur: Stevens, J.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel en Bakker, 1871
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8321
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201927
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der Engelsche taal naar Ollendorff's methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
128
VERVOEGING VAN HET GEBREKKIGE WERKWOORD
Can, kunnen; in staat zijn.
Gekund liebben, having
been able.
INFINITIVE. Kunnen, to be able.
part. past. Gekund, been able.
part, prest. Kunnend, being able.
Indicative present Imperfect.
Ik kan, / can {o\amable). Ik konde, I could {oiwasable).
Ontbr., thoucanst » art n Ontbr., thoucouldst » ivast »
Hij l<an, /i,e can »is » Hij konde,/le cou/d «was »
Wij kun we cara «are « Wij kon- we could v were »
nen, den.
Gij kunt, you cara » » » Gij kondet, you cou/rf » » »
Zij kun- they can » » » Zij kon- they could » » »
nen, den.
Perfect. Pluperfect.
ik heb gekund, I have been able. Ik had gekund, / had been able,
enz.; het werkwoord to be met het woord able, en evenzoo
in den future en conditional.
Subjunctive present. Imperfect.
1 can of l be able. 1 could of I were able.
SAMENGESTELDE VORM.
Heb of had — kunnen. ■
Heeft geen tegenwoordige tijd.
Ik kan dat niet gezegd hebben. I cannot have said this.
Gij kunt enz. Thou canst not etc.
NB. Bevestigend wordt in het Engelsch niet de samengestelde
vorm, doch slechts could of was enz. able gebruikt.
Ik kon het zeggen of heb het I could say it, of was able to
kunnen zeggen, enz. say it, etc.
Wij konden dat zien of hebben TVe could see that, of were able
dat kunnen zien. to see that.