Boekgegevens
Titel: Leerboek der Engelsche taal naar Ollendorff's methode
Deel: 4e stukje
Auteur: Stevens, J.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel en Bakker, 1871
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8321
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201927
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der Engelsche taal naar Ollendorff's methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
110
Ilij zag hem aan en herkende lie looked af. him and recogni-
hem dadelijk. sed him directly.
Ik dansle met haar en begeleidde I danced with her and saw
haar naar huis. her home.
Zijn oom sprak met hem en His uncle spoke to him and
deed hem verwijlen over zijn remonstrated with him upon
gedrag. his conduct. "
7. Op de onder N®. 1 opgegeven regel, dal de nominalief
voor het werkwoord slaat, zijn de volgende uilz »n leringen:
a) Wanneer na aanhaling eener rede, of in hel midden
derzelve. de werkwoorden: antwoorden, to answer; voort^
gaan, to continue; er bijvoegen, to add; zeggen, to say
en dergelijke gebruikt worden, plaatst men de nominalief hier
ook wel achter, als :
»Zekerlijk," zeide zijn vader, »Cer/ain/y," said his father,
»dan geef ik mijne toestem- »f/te/i / shall give my con*
ming." sent''
»En hoe is het mogelijk," riep v* And how is il possible," ex-
zij uil, »dal hij zoo iets claimed she, y* that he should
denkt?" think such a IhingT'
»Zonder twijfel," dacht ik, nJSo doubt," thought I, nhe
»koml hij terug." would come again.
b) Na een onovergankelijk werkwoord {neuter verb), dal
door een bijwoord (of bijwoordelijke uitdrukking) van plaats
of lijd voorafgegaan wordt, als; verschijnen, to appear;
binnentreden, to enter; slaan, to stand; komqw, to come;
slapen, to sleep en dergelijke.
c) Na de bijwoorden here, hier; there, daar; then, dan;
hence, thence, whence, van daar, van waar; yet, echter;
herein., hierin, en dergelijke.
d) Na de voegwoorden nor, noch, ook niet; neither,
noch, ook niet, en na eenige bijwoorden van tijd, als:
seldom, zelden; never, nooit.
Onmiddellijk daarop kwam zijn Immediately after, came his
zoon. son.