Boekgegevens
Titel: Leerboek der Engelsche taal naar Ollendorff's methode
Deel: 4e stukje
Auteur: Stevens, J.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel en Bakker, 1871
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8321
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201927
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der Engelsche taal naar Ollendorff's methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
98
het niet en kan het ook nie^. {nor) weten; ik ben overtuigd,
dat zij geene melding van de zaak zou hebben gemaakt {to
mention R,), ais zij dat had kunnen vermoeden. — Maar hoe
kon de jonge dame bel kwalijk nemen? — Zij kenl mijne
zuster te goed, dan dat zij zou kunnen denken, dat zij op-
zettelijk {intentionaffy) iets zoü (wouid) kunnen zeggen, dat
iemand (wie ook) leed zou kunnen doen {to give pain), —
Weet gij, dat Mijnbeer Hol mij gisteren ter verantwoording
geroepen heeft, omdat ik {for) gezegd zou hebben, dat ik
geen cent {not a rush) voor al zijne beloften gaf? — Nu, wat
hebt gij hem geantwoord {Imperfect)? — Wel, ik verzekerde
hem, dat ik dat niet gezegd had; maar ik gaf er (wel) een
cent voor. — Wat zeide hij toen? — Hij lachte {to iaugh R.). —
Hoe komt het, dat wij uw neef Willem nu zoo zeKlen bij
ons zien? — Hij hoeft f>ns zeker reeds sedert drie weken niet
bezocht. — Ja, dat kan ik waarlijk niel z^'ggen; bij zegt, dat
hij altijd zooveel te werken heeft. — Zijn vader heeft toch
(nog even) zooveel personen op hel {his) kantoor als vroeger
{as he used to have)\ en de zaken zijn nu {just tiouj) juist
niel zoo levendig. — Ja, /ij bebben zelfs een njeer dan vroe-
ger {formerly). — Hoe kwamen uwe broeders er toe om
aan de Gebroeders Brander en Comp. zooveel geld te leenen?
Ik heb hen reeds voor zes maanden gewaarschuwd. — Ik
weel bel niel; gij waart niet de eenige, die hen gewaar-
scbuwd heeft (lnfinitive)\ toen ik het vorige jaar in B. was,
schreel ik u zelfs op uwe hoede te zijn. — Hoe kwaamt gij
aan het mooie paard, dat ik u gisleren zag berijden? — ik
heb het voor den jongen D. geprobeerd, tüe van plan is (to
iniend R.) hrt Ie koopen. — Was dal niet Mejufvrouw C., ïnet
welke ik u en uwe zuster gisleren zag wandelen? — Ja, zij
was hel. — Met die {her) moest gij trouwen; zij htefl zeer
veel geld; heeft zij niet over de vijftig duizend gulden van
hare lanle gtërfd? — Dat beeft zij; en ik zou er niets legen
hebben om haar Ie huwen (/ shoutd have no objection to —),
doch bel zal er wel niel toe komen; zij is reeds geëngageerd
(engaged).
Wat een schoone equipage Mijnheer K. houdt {to keep)l —
Welke Mijnheer K.? ~ Wel, Mijnheer Frederik K. in de (o/)