Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
93
Samenkomen, Samenstellen. Daarentegen: te zamen, verzamelen,
gezamenlijk.
163. Van de tusschenletters verscherpt men:
1. de d en V vóór 't achtervoegsel nis: beeltenis, verbifite-
nis, droefenis, lafenis, begrafenis.
2. de V, z en ng vóór lijk: liefelijk, vreeSelijk, huiselijk,
aanvankelijk, koninklijk.
De s wordt vóór lijk wel in de uitspraak, doch niet in de
spelling verscherpt: heuglijk, ontzaglijk. Men lette ook op:
hachelijk, degelijk, mogelijk.
3. de ng vóór je en in enkele samengestelde of afgeleide
woorden: rottinkje, koninkje, kettinkje, jonkheid, jonkheer,
jonkvrouw, lankmoedig, koninkrijk. Is de klinker vóór je
niet toonloos, dan heeft de verscherping geene plaats: wande-
lingetje, dingetje.
164. De d wordt vóór s steeds als t uitgesproken, doch als
d geschreven in: gids (Fr. guide), loods (van lood of Fr. loge),
ginds (naast ginder), reeds (naast aireede), sinds (sedert),
onverhoeds (verhoeden), enz.
Doch met t schrijft men: knots (knotten), gutsen, spits
(spitten), mits {met), róts (Fr. roche), flits (Fr. fliche).
165. De g wordt vóór de t steeds als ch uitgesproken, doch
alleen als g geschreven:
1. in de regelmatige vormen der werkwoorden, wier stam
op eene g eindigt: gij, hij ligt, legt, zaagt, moogt, enz.
Derhalve schrijft men: bracht, daCht, doCht, moCht, zoCht,
kocht, wrocht, placht, daar dit onregelmatige vormen zijn.
2. in zelfstandige naamwoorden op te, gevormd van woorden
op g: gebergte, hoogte, laagte.
3. In Aagt van Agatha.
166. De li is stom in thatis, althans en thuis uit: te hande
en te huis, benevens in enkele vreemde woorden, als: thee,
theater. Maar nochtans heeft geene h, daar het ontstaan is
uit nog-dan.
167. De ch is stom in scli, wanneer dit letterteeken in
't midden of aan 't einde der woorden voorkomt. Daarom
zijn de volgende opmerkingen noodzakelijk: