Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
92
volkomen klinker, een tweeklank of een toonlooze
klinker vooraf, dan is de verdubbeling ongeoorloofd.
Men schrijft dus: pakken, lessen, missen, hokken, putten, doch
met eene enkele tusschenletter: raden, hoven, hoeden; vreeselijk,
huiselijk, Ifsel, ijselijk, Pruisen, pauselijk; hemelen, bezigen^
monniken, leeuwriken, haviken, Gorkumer, Dokkumer, enz.
Eene uitzondering maken de woorden op Is: vonnissen,
notarissen.
160. Het letterteeken cli wordt nooit verdubbeld en van de
sch verdubbelt men alleen de s: kachel, echo, bochel, richel,
Mechelen; wasschen, lesschen, blusschen.
161. Onverbuigbare woorden worden met een' scherpen
slotmedeklinker geschreven: met, voort, ach, enz. Uitge-
zonderd is nog (bijwoord) ter onderscheiding van noch (voeg-
woord); toch schrijft men 't eerstgenoemde nog met cl» in
nochtans.
Verbuigbare woorden worden met een' zacht en slotmede-
klinker geschreven, wanneer in de verbuiging of afleiding zulk
een medeklinker te voorschijn komt: schub — schubben, pad —
paden, vlag — vlaggen, waard — waardig, alsmede de woorden
op aard en erd: Spanjaard, Spanjaarden, dus ook: grijsaard,
lomperd, enz. Ook iemand en niemand volgen dezen regel,
daar zij voorheen in den 3®" en 46° naamal iemanden en nie-
manden vormden.
Bij zelfstandige naamwoorden gaat de verbuiging boven de
afleiding; daarom: bint, gezant, rit, snit, verwant, vaart,
wegens de meervouden: binten, gezanten, enz. en ondanks de
verwantschap met: binden, zenden, rijden, wenden, vaardig.
Doch geene verscherping treft men aan in litteeken, voorheen:
likieeken (kenteeken). Nog wordt kruit (buskruit) met t ge-
schreven, ofechoon het eigenlijk een is met kruid (plant).
162. De beginletter wordt verscherpt in 't woord
fonkelen, in figuurlijken zin, tegenover Vonkelen in letterlijke
beteekenis. Doch in 't woord samen is s uit tz van te zamen
ontstaan. Men schrijft het daarom alleen met s, wanneer het
alleen staat: Zij gingen samen wandelen, en wanneer het als
eerste deel van een samengesteld werkwoord voorkomt: