Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
91
en beitel, beide naast bijten (oorspronkelijk splijten^, leiden naast
lijden, neigen naast nijgen, steiger en steigeren naast stijgen,
reizen naast rijzen, enz.
156* de woorden, welke in 't Engelsch of Friesch li of 1
hebben: dijk — dike, lijf —fUfe, rijk — rich, wijd — wide;
blijde — bilde, vlijtig — vlitig, tijd — tiid, zijl (sluis) — ziil.
De vreemde woorden welke in 't Fransch I hebben: bijbel —
hible, sijfelen — siffiev, razijn — raisin, venijn — venin, vijg —
figue, enz. Tot dezen regel behoort ook 't achtervoegsel ij, dat
van vreemden oorsprong is en met 't Fr. i of ie overeenstemt:
galerij —galerie, maloezij (Grieksche wijn) — malvoisie, partij —
parti, schilderij, bakkerij, enz.
157, Men lette op de volgende woorden, die alleen of
hoofdzakelijk in de schrijfwijze van den tweeklank verschil-
len: karwij {zaaa) — karwei (werk), stijl (Fr. style) —
steil {sterk oploopend), mijn — mein(eed), wijd, verwij-
den — weiden, uitweiden (van weide), zijl {sluis) —
zeil {doek), sijsje—zeis, rij vr. {reeks) — rei mnl. {dans,
zang, koor), vijlen (van vijl, werktuig) — feil {fout), feilen
{fouten maken), veil {te koop) en veilen {verkoopen), bij
{insect) — bei {bes), fijt {zweer) — feit (Fr. /tz//),-vlij en
{zacht neerleggen of voegen) — vleien, ijken (van gewichten,
enz.) — eiken, mijt {hoop) — meid, pijl — peil, lijden —
leiden, rijzen — reizen, nijgen {buigen uit beleefdheid) —
neigen {in alle andere gevallen),
158. De tweeklanken ou en au verschillen slechts weinig in
uitspraak; daarom lette men op 't verschil in schrijfwijze van
de volgende woorden: blouwen (^slaan) en blauwen (van blauw),
kauw (vogel) en kouw (kooi), rauw en rouw (ruw), dauw en
douw (duw), gauw (snel) en gouw (landstreek), autaar en
outaar.
c. De Medeklinkers,
155). De medeklinkers, die als tusschenletters voorkomen,
worden verdubbeld, wanneer zij onmiddellijk worden voor-
afgegaan door een' onvolkomen klinker. Gaat er dus een