Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
89
zoogen—säugen, loochenen—leugnen ; hrooden—hread, groote—great,
schooven—sheaf, zoomen—seam.
Nog schrijft men met eene scherpe o de vreemde -woorden,
waarin de oo uit au is ontstaan: Mooren—Maure, poozen—
pause, poover—pauvre.
152. Men lette op de volgende woorden, welke alleen in de
schrijfwijze der klinkers verschillen: hopen (werkw.)—hoopen
(zelfet. nw.), horen (zelfet. nw.)—hoor en (werkw.), kloven
(zelfst. nw. of onvolt. verl. tijd van kluiven)—klooven (werkw.),
kolen (brandstof)—kooien (^groente), kozen (van kiezen)—
koozen (liefkoozen), poten (^planten)—pooten {voeten),
roven (van wonden)—ïoovcn (werkw.), schoten (meerv. v.
schot)—schoot en (meerv. v. schoot), schoven (verl. tijd v.
schuiven)—(meerv. v. schoof), sloten (meerv. v.
slot)—sloot en (meerv. v. sloot), sloven {sukkels)—slooven
{voorschooten), tonen {klanken) en eentonig—toon en (teenen
of wijzen), tronen (zelfet. nw.) en onttronen—troonen
{trekken), zogen (verl. tijd v. zuigen) en zoogen {doen zuigen).
Nog lette men op de spelling van drogen, drogist,
hoonen, kleinooden, loozen, schromen, sloopen
(zelfet. nw. en werkw.).
153. De Ie wordt geschreven:
1. wanneer zij in open eenlettergrepige of aan 't slot van
meerlettergrepige woorden wordt gehoord: knie, drie, tralie,
olie, lelie. Doch de Latijnsche maandnamen hebben i: Jaiiuari,
Juni, Juli, enz.
2. in 't meervoud van woorden op Ie, wanneer de letter-
greep, waarin deze klinker voorkomt, den klemtoon heeft:
knieën, genieën, melodieën, harmonieën. Daarentegen: traliën,
oliën, leliën, geniën {mv. van genius).
3. in de woorden op lef, lek, let: massief, republiek,
fabriek. Jezuïet. Verliezen deze uitgangen den klemtoon,
dan schrijft men 1: Jezuïtisme, fabrikant, republikeinsch. Zoo
schrijft men ook zefirs en zefieren, doch steeds kievit, kieviten.
154. De 1 wordt geschreven in 't achtervoegsel iseli: af-
godisch, wettisch, grammatisch.
De y wordt, behalve in vreemde woorden, ook geschreven