Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
verhaal van Staak, den erfenisrooverl Tn dien leuningstoel,
het heiligdom der familie, had de oude man dikwijls gerust.
Soms plaatst men naast den naam van een' persoon of eene zaak,
ter bepaling, nog een' anderen naam voor dat bepaalde
deel. Deze bepaling heet dan bijstelling bij het onderwerp,
gezegde, enz.
10. Het regent. Het heeft drie maande7i lang gevroren.
Het is vandaag buitengewoon guur. Over drie weken is het
Pinkster. Het wemelde op de 7narkt van kooplieden. Hoe gaat
het met u? Het ziet er slecht met hem uit. Er wordt in die
straat weinig geloopen. Bij den intocht des Konings werd er
bijna niet gejuicht.
Op de plaats, waar gewoonlijk het onderwerp wordt aange-
troffen , vindt men in deze zinnen èf het woordje het, öf er komt
geen zoodanig woord in voor. Is dat woord het nu ook
't onderwerp? Als het dit was, moest men ook kunnen zeggen,
wat het beteekende. Dit kan men niet doen. Zegt men bijv., over
een paard sprekende: het is kreupel, dan denkt men bij het
aan het paard. Denkt men zoo ook aan iets bij het in de boven ■
staande zinnen? Het is dus slechts het schijnbare onderwerp.
Dit schijnbare onderwerp wordt zelfe in de drie laatste zinnen gemist.
11. Keulen en Aken zijn niet op één dag gebouwd. Die
knaap slooft en zwoegt reeds voor zijne ouders. Men biedt een
huis en tuin te koop. Hij is behanger en kamerstoffeerder. Ik
schrijf met eene pen of een potlood. Hij had fortui7i noch
krediet.
Wanneer het onderwerp, het gezegde of eene bepaling uit twee
of meer deelen bestaat, die geheel denzelfden dienst doen, noemt
men dat onderwerp, enz. een veelvoudig onderwerp, ge-
zegde, enz.
12. Hij is timmerman en zijn broeder is metselaar. Ik heb
het opstel gemaakt en hij heeft het overgeschreven. Gaat gij
van avond nog icit of blijft gij thuis 1 Ik heb het hem afgeraden ,
want het zou hem slechts schade berokkenen.
Evenals in § ii zindeelen, die denzelfden naam dragen, door
de woorden en, of, noch zijn verbonden, kan men ook volzinnen
door dergelijke woorden verbindén. De zinnen behooren dan