Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
83
3- Eenigen ontbrak de kracht om verder te gaan. 4. Voor
sommigen was dit werk te moeilijk.
138. Verbuiging der rangtelwoorden. Eerste tweede,
tiende; hoeveelste, zooveelste, laatste, enz. benevens halve worden
geheel verbogen als de bijvoeglijke naamwoorden. Worden zij
zelfstandig gebruikt en wijzen zij op personen, dan krijgen
ze in den i®" en 4™ naamval n: Vele eerstefl zullen de laatstehX
zijn. Worden zij als benamingen van deelen gebruikt, dan
krijgen ze in 't meervoud eene n, of wel ze blijven aan 't enkel-
voud gelijk, al naar dat men aan de afzonderlijke deelen, of aan
ééne massa denkt: Vier halven zijn twee heelen. Wanneer men
drie vierden van eene hoeveelheid afneemt, blijft er nog één
vierde over. Drie vierde van zestien is twaalf. (Verg. § 105.)
HOOFDSTUK IV.
DE SPELLING DER WOORDEN.
1. Klinkers en medeldinkers.
139. Een woord, of een deel van een woord, dat ineens
wordt uitgesproken, heet eene lettergreep. Er zijn dus één-
of meerlettergrepige woorden: baas, va-der, tim-mer-man.
Eene lettergreep heet open, zoo zij op een' klinker eindigt,
als de eerste lettergreep van bloe-men; gesloten, wanneer zij
een' medeklinker aan 't slot heeft, als in de eerste lettergreep
van stem-men.
140. De lettergrepen van een woord worden met verschillenden
nadruk uitgesproken. Die meerdere of mindere nadruk heet
klemtoon. Deze is tweeërlei: hoofdtoon en bijtoon. Zoo
heeft in koe-stal het eerste deel den hoofd-, het tweede den
bijtoon. Bovendien worden sommige lettergrepen zoo flauw ge-
hoord, dat men ze toonloos noemt, als de tweede lettergreep
in va-der-land of de derde in kerk-to-ren.
141. De eenvoudigste bestanddeelen der woorden zijn de