Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
81
bijwoord, als: wiarmede, tuaartoe, waarover, enz.: Waarmede
(niet: met wat) hebt gij dit geschreven 1 Waarover (niet: over
wat) peinst gij?
In de plaats van de betrekkei. voornaamw. die of welke met
voorzetsel gebruikt men, van zaken sprekende, ook 't bijwoord
waar, gevolgd door een ander bijwoord, als: waarmede, waar-
toe, waaruit, enz.: Ik'heb het huis gezien, waarin (ook: in
Uwelk) Vondel geboren werd. De bron, waaruit (ook: uit
welke) hij dit bericht heeft geput, is niet zuiver. In lossen
stijl ook van personen: Wie was de man, waarmee je stondt
te praten? of ook met daar aanvangende: Is dat nu de man,
daar je zoo op hebt vertrouwd?
In de plaats van de onbepaalde voornaamw. iets, niets, alles,
voorafgegaan door een voorzetsel, gebruikt men ook: ergens
mede, nergens over, overal mede, ergens op, nergens aan: Gij
moogt nergens aan {= aan niets) komen. Ik dacht ergens over
(= over iets) na. Hij bemoeit zich overal mede (met alles).
Al de bovengenoemde woorden doen dus den dienst van een
voorzetsel, gevolgd door een voornaamwoord. Men
noemt ze voornaamwoordelijke bijwoorden.
5. Het Telwoord.
136. Verbuiging der bepaalde hoofdtelwoorden.
De verbuiging van één is dezelfde[|als die van 't lidwoord van
eenheid. Geen wordt in 't enkelvoud verbogen als een, in
't meervoud als mijne, deze: Geen enkele dag ging verloren.
Hij maakte geene aanspraak op dit voorrecht. Geene moei-
lijkheden konden hem afschrikken. Ik heb volstrekt geenen
tijd gehad. Vooral in 't meervoud worden de uitgangen dikwijls
weggelaten.
De overige hoofdtelwoorden kunnen ook in 't meervoud staan:
Schrijf eens drie zessen. Ik heb ze bij vijven verkocht. Drie
tienen zijn gelijk aan dertig éénen. Wij hebben het in vieren
gesneden, in achten gevouwen. Wij vertrekken met den trein
van elven.
Men lette op honderden, duizenden. Zegt men: Duizenden
menschen waren op de been. Honderden visschen lagen dood
TKRWEY, Korte Spraakk., 3e druk. 6