Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
80
die ziillen 't ook wel doen. 4. iVie de gevolgen hiimier eigen
dwaasheden niet wijzer maken, die zullen door de dwaasheden
van anderen niet verbeterd worden.
Gelijk men opmerkt, verschilt deze verbuiging alleen in den
3«° en 4«!! naamval van 't betrekkelijk voornaamw.; zij is dan
altijd wien of wie.
Wanneer de woorden dat, datgene en alles voorafgaan, ge-
bruikt men als betrekkei. voornaamw, alleen wat en niet dat,
bijv.: Dat, wat (datgene, wat, alles, wat) hij gezegd heeft,
houd ik voor onwaar.
Men denke er dus aan te schrijven: Dit is iets, dat mij
vreemd voorkomt, en niet: wat mij vreemd voorkomt.
g. Onbepaalde Voornaamwoorden.
1!M. Men komt alleen in den i™ naamval voor. Iemand en
niemand hebben in den 2™ naamval: iemands, niemands; in
den 36" en 4«" naamval blijven ze onverbogen. Iets en niets
komen alleen in den i«», 3«" en 4611 naamval voor en blijven
onverbogen. Ook de overige onbepaalde vnw. veranderen niet.
Alleen zeker wordt verbogen als een bijvoegl. naamw.
135. Wanneer men van zaken spreekt, gebruikt men in de
plaats van een persoonlijk voornaamw. met voorzetsel het bijwoord
er, gevolgd door een ander bijwoord, als: er mede, er af, er
op, er uit, enz.: Hij nam een' stok, en zwaaide er mede (niet:
met hem) in 't rond. Het kind klom op den stoel en sprong
er toen af (niet: van hetn). Het deksel van het kistje werd '
geopend, en wat kwam er uit? (niet: uit het.)
Wanneer men van zaken spreekt, gebruikt men in plaats van
een aanwijzend voornaamwoord met voorzetsel de bijwoorden
hier, daar, gevolgd door een ander bijwoord, als: hierover,
daarnaast, hierop, enz.: Aan den hoek der straat staat het
huis van den behanger en daarnaast (niet: naast dat) het huis
mijner ouders. Ik greep eene schaar en knipte hiermede (liever
dan: met deze) den draad door.
In de plaats van het vragend voornaamw. wat met voorzetsel,
gebruikt men altijd 't bijwoord waar, gevolgd door een ander