Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
77
standig naamwoord, waarop het betrekking heeft; de
naamval echter wordt aangewezen door den dienst, welken
het in den zin, waarin het voorkomt, doet. Zoo is in den zin:
Deze huizen, welken men voor korten tijd een nieuwen voor-
gevel heeft geschonken, worden weldra verkocht, het betrekkei.
voornw. welken, onzijdig meerv., wegens het geslacht en getal
van huizen; maar 3e naamval, ofschoon huizen in den
naamval staat.
i;i(). De verbuiging van het betrekkei. voornaamw. die is
als volgt:
Mannelijk Enkelvoud.
I. De veldheer, (Hiß deze overwinniiig behaalde, werd met
ondank belootid. 2. Napoleon was een veldheer, wiens weder-
gade men nooit heeft gezien. 3. Den veldheer, wien men de
nederlaag weet, ontsloeg de koning. 4. Het was deze veldheer,
dien men beschuldigde van verraad. 4. [niet een voorzetsel]
Met gejuich begroette het volk den veldheer, aan wien het
de redding des vaderlands dankte.
Vrouwelijk Enkelvoud.
I. Zijne zuster, die tegenover ons woont, heet Maria. 2.
Hij was V meest gehecht aan zijne oudste zuster, wier
zorgvolle toewijding hij in zijne ziekte zoo dikwijls had be-
wonderd. 3. De zuster, wie hij dit kapitaal heeft vermaakt,
geniet thans een onbezorgd leven. 4. Hij herkende nauwelijks
zijne zuster, die hij in twintig jaar niet had gezien. 4. [met
een voorzetsel] Zij was de zuster, met wie hij als kind had
gespeeld.
Onzijdig Enkelvoud.
I. Het meisje, dat hem bij de hand hield, was zijn nühtje.
2. wordt niet gebruikt; men bezigt daarvoor den 2®° naamval
van welke: welks. 3. Zoo dankbaar was het meisje, dat hij
tot vader strekte. 4. Hij liep ijlings naar het meisje, dat hij
voor zijn zusje aanzag.
Een vierde naamval met een voorzetsel komt niet voor.