Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
werpen, daar zij den persoon of de zaak beteekenen, zonder
welke iets niet zou geschieden of zoo zijn. Zij ant-
woorden altijd op de vraag: met betrekking tot tvien of ivat?
8. Door eigen schuld kwam hij hi de gevangenis. Uit
medelijden nam hij die kinderefi op. Hij werkt voor zijn
dagelijksch brood. Met een potlood schreef hij zij?ie aa7iteeke-
ningen. Tot mijn leedwezen moet ik u dit melden. Hij zat op
zijne kamer te werken. Ginds heb ik hem gezien. Den heelen
zomer zijn wij buiten geweest. Dat heeft hem weinig gebaat.
Gij hebt genoeg gewerkt. Ik heb zeer hard geloopen. Die
soldaten hebben dapper gestreden. Hij reist alleen. Onder eene
hevige regenbui zijn wij thuis gekomen.
De bepalingen van 't gezegde, welke in bovenstaande zinnen
worden gevonden, onderscheiden zich hierdoor van de in § 7
behandelde, dat zij nadere bijzonderheden van *t gezegde te kennen
geven, welke men zou kunnen weglaten, zonder dat de betee-
kenis van 't gezegde (het hoofddeel daarvan) werd geschonden.
Wij noemen ze eenvoudig bepalingen van het gezegde.
Naar den aard der vragen, waarop zij 't antwoord geven, heet
men ze: bepalingen van oorzaak (door welke oorzaak? waar-
door?), van reden (om welke reden? waarom?), van doel (met
welk doel? waartoe?), van middel (met welk middel? waarmede?),
van gevolg (met welk gevolg?), van plaats (waar? waarheen?
van waar?), van tijd (hoe lang? wanneer?), van hoeveelheid
(hoeveel?), van graad (in welke mate?), van hoedanigheid
(op welke wijze? hoedanig?), van omstandigheid (onder welke
omstandigheid ?)
9. Eeji eerlijk man gaat recht door zee. Hij was een vermaard
schilder. Mijn hart klopte van ofi^oering. Deze weg loopt rechts.
Het ofnslag van dit boekje is blauw. Ik heb het van den bakker
hierover gehoord. Dit boek bevat het leven van De Ruyter,
In deze zinnen komen bij de namen der personen of zaken
bepalingen voor. Zij heeten naar *t zindeel, waarbij zij behooren,
bepalingen van 't onderwerp, gezegde, voorwerp of van
de bepaling (onderbepaling).
Zijn ?ieef ^ de tabaksverkooper ^ is verleden week getrouwd.
Dit is Amsterdam, de hoofdstad van Nederla7uL Kefit gij het