Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
75
Meervoud (voor alle geslachten).
I. Welke menschen zijn er in uwe buurt komen wonen?
3. Welken menschen zou ik eerder mijn kind toevertrouivenl
4. Wellie couranten hebt gij gelezen ?
Het voornaamwoord hoedanig wordt verbogen als welk. In
wat voor een wordt een verbogen als 't lidwoord; ofschoon voor
eigenlijk een voorzetsel is, hangt de verbuiging van een echter
af van den naamval der zelfst. naamw., die achter een staan.
e. Bepalingaankondigende Voornaamwoorden.
12ü. Van 't bepalingaankondigend voornaamwoord degene
wordt de verbogen als 't lidwoord, gene als een (zwak) zelf-
standig naamwoord:
Mannelijk Enkelvoud.
I. Degene, die zoo handelt, verbeurt ons vertrouwen. 2.
Hij volgt blindelings de bevelen desgenen, die hem gezonden
heeft. 3. Dengerie, die ons eemnaal verried, schenken wij
geeii vertrouwen meer. 4. Het kind heeft dengene lief, die
het liefde toont.
Vrouwelijk Enkelvoud.
[Dit komt nooit voor.]
Onzijdig Enkelvoud.
I. Hetgene [hetgeen) gij daar zegt, is niet waar. 2.
ontbreekt. 3. Hij wijt den slechten afloop der zaak juist het-
gene (hetgeen) gij daar memt. 4. Wij hebben dikwijls
nagedacht over hetgene {hetgeen) gij hebt verklaard.
Meervoud (voor alle geslachten).
I. Degenen, die streng voor zich zelve zijn, zijn het ge-
woonlijk ook voor anderen. 2. Hij stoort zich niet aan den
laster dergenen, die hem benijden. 3. Dengenen, die niets
voor anderen over hebben, weiger ik ook mijne hulp. 4. Men