Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
73
een' lauwerkrans op het hoofd. 4. Lang heeft men dezefl
dichter miskend.
Vrouwelijk Enkelvoud.
I. Deze straat telt fraaie huizen. 2. Het plaveisel dezef
straat moet vernieuwd worden. 3. Men dient deze straat een
hreeder trottoir te geven. 4. Ik heb jaren in deze straat
gewoond.
Onzijdig Enkelvoud.
I. Dit boek is rijk gebonden. 2. (voorheen: dezes; komt
tegenwoordig niet meer voor). 3. Men heeft dit boek grooten
lof toegezwaaid. 4. Hebt gij dit boek nog meer noodigi
Meervoud (voor alle geslachten).
I. Deze straten tellen fraaie huizen. 2. Het plaveisel
dezer straten moet vernieuwd worden. 3. Men dient dezen
straten een breeder trottoir te geven. 4. De stoet zal langs
deze straten trekken.
Evenals deze wordt verbogen gene, waarvan de tweede
naamval ontbreekt alsmede het onzijdig enkelvoud:
Aan dezen en aan genen kant, aan deze en aan gene zijde
der rivier staan fraaie huizen. Deze oever is echter beter
bebouwd, dan gene.
Wanneer deze, die, gene zelfstandig worden gebruikt, blijft
de verbuiging dezelfde; alleen hebben deze en gene, wanneer zij
namelijk personen beteekenen, in den i«" en 4®° naamv.
meerv. ook wel n, dus: dezen, genen. Tot opheldering dienen
de volgende voorbeelden:
Ik heb er zijnen vader naar gevraagd. Deze wist er echter
niets van. Ik heb dien toen medegedeeld, wat ik wist van zijn
zoon en diens vrouw. Ook zijne vrienden had hij geheel onkun-
dig gelaten van de zaak; dezen (die) sloegen de handen ineen
van verbazing, toen zij het hoorden.
d. Vragende Voornaamwoorden.
124. De verbuiging van wie is dezelfde als de verbuiging
van die: