Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
72
zijne een beter uitzicht verschaft. 4. Men heeft mijn huis
en het zijne te hoog getaxeerd.
Meervoud (voor alle geslachten).
I. Mijne vrienden zijn ook de zijne. 2. De vrees mijner
vrienden bleek ook die der zijne. 3. Niet alleen mijnen
vrienden, maar ook den zijnen werd dit ongeval geweten
4. Wij hebben er mijne vrienden en de zijne naar gevraagd
Men lette er op, dat, wanneer de zelfstandigheden in
bezit zijn van vrouwen of van zaken, die door een vrou
welijk zelfst. naamw. worden genoemd, het bijvoeglijk voor
naamw. haar en het zelfstandig de hare, enz. moeten gebruik
worden. Zoo: Verscheidene moeders stondefi 7net Tiare kinderen
op den arm naar dit schouwspel te zien. De rozen lieten have
bladeren reeds vallen. Mijne ouders en die mijner vriendinnen
gaan op reis; de mijne naar Parijs, de hare naar Duitsch-
land. Zijn de bezitters mannelijk of onzijdig, dan gebruikt men
hun, de hwine, en^.
122. Wanneer het zelfstandig bezittel, vnw. personen aan-
wijst , die niet genoemd zijn, maar wier betrekking tot den be-
zitter gemakkelijk uit den zin kan worden opgemaakt, dan verbuigt
men het als een zelfst. naamw.: De heer A. is met de zijnen
op reis gegaan. God verlaat de Zijnen tiiet. De onzen
behaalden toen eene schitterende overwinning. De balling
zwierf, van de zijnen verlaten, in den vreemde om.
c. Aanwijzende Voornaamwoorden.
123. De bijvoeglijke aanwij zende voornaamwoorden
deze, dit en die, dat worden verbogen als het lidwoord de.
Alleen die heeft in den 2^^ naamval mannel. enkelv. ns in plaats
van s, dus: diens.
De verbuiging is:
Mannelijk Enkelvoud.
I. Deze dichter is wereldberoemd. 2. De werken dezes
dichters zijn fraai geïllustreerd. 3. Men zette dezen dichter