Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
Ö6
veel rijker dan zijn broeder. Bezit eene zelfstandigheid, verge-
leken met eene of meer andere, eene hoedanigheid in de hoogste
mate, dan plaatst men achter den stamvorm st: Hij is de
oudste zoon van den schilder. De duurste spijzen zijn niet
altijd de voedzaamste.
Zoo hebben vele bijvoegl. naamw. drie vormen: groot, grooter,
grootst; oud, ouder, oudst, enz., die men den stellenden,
den vergrootenden en den overtreffenden trap noemt.
Gaat de stellende trap op eene e uit, dan verdwijnt deze in
den vergrootenden en overtreffenden trap: blijde, blij der, blijdst.
Van moede en spade maakt men geen" vergr. of overtreff. trap.
Gaat de stellende trap op s uit, dan zet men er in den overtreff.
trap alleen t achter: Salomo was de wijs-te koning van zijn'
tijd. Eindigt de stellende trap op scli of st, dan omschrijft men
den overtreff. trap door middel van meest: het meest maische
vleesch, de meest gepaste aanmerkingen , het meest juiste betoog.
113. Dat antwoord was fneer oprecht dan vleiend. Deze
tafel is meer lang dan breed. Hij is meer slim dan verstandig.
Dat werk is meer aanlokkelijk dan gemakkelijk.
In de bovenstaande voorbeelden zou men niet de vergr. trappen
oprechter, langer, slimmer, aanlokkelijker mogen gebruiken.
De vergr. trap moet door meer worden omschreven, wanneer
men twee hoedanigheden van dezelfde zelfstandigheid met
elkander heeft vergeleken, en de eene in grooter mate aanwezig
oordeelt dan de andere.
"Wanneer het byvoegl. naamwoord in den vergrootenden trap
staat, begint do volgende zin met het voegwoord dan: Ik ben-
twee jaar ouder dan mijn hroer. Dit is ook 't geval na ander,
anders, niets: Dit is een ander geval, dan het straks genoemde.
Hij is tegenwoordig heel anders dan vroeger. Ik had niets hij
mij dan zilvergeld. Daarentegen: Ik ben even oud, als mijn
neef. Hij is niet zoo jong, als hij schijnt.
11-1. Van goed is de vergr. trap beter, de overtreff. trap best.
Van kwaad is de vergr. trap erger in: Van kwaad tot erger
vervallen. Erger heeft echter ook een' stellenden trap erg, bijv.:
't Is nu al erg, maar 't zal nog wel erger worden. Kwaad
heeft ook een' vergr. en overtreff. trap kwader en kwaadst: